Islamitisch Medrese onderwijs in Koerdistan (Vladimir van Wilgenburg)

Inhoudsopgave

Voorwoord

– De Koerdische medrese
– Eerste religieuze onderwijs
– Opleiding tot feqî
– Feqî and feqetî
– De tijdsorganisatie in de medrese
– Koerdisch nationalisme in de medrese
– Het einde van de Koerdische medrese en de opkomst van de Turkse staat

Conclusie

Bijlagen:
– Belangrijke personen voortgebracht door de medrese

Noten

Voorwoord

Afbeelding 1: De bestudering van Koran speelde een belangrijke rol in de Medreses van nu en toen.


In de tijd van de ramadan is het interessant om meer aandacht te geven aan de Koerden en Islam. Er is nog steeds een grote interesse onder Koerdische jongeren voor de Islam.Ook is de interesse in de Koerdische medreses aan het groeien. Maar ondanks dat veel hoog opgeleide Koerden en Koerdische intellectuelen hierover meer willen weten is er weinig informatie over beschikbaar. Wat gedeeltelijk het gevolg is van de Turkse geschiedschrijving en het gebrek aan onderzoek naar de medrese. Bovendien zijn de studies en onderzoeken ernaar incorrect of niet voldoende beschreven.

Recentelijk zijn de Medreses of Madrasa’s (Letterlijk plaats om te studeren) weer in (op een negatieve manier) belangstelling gekomen, omdat de militanten, die de aanslagen in Londen hebben gepleegd, in Pakistan een bezoek aan de Madrasa zouden hebben gepleegd. De Madrasa’s bestaan dus nog wel, maar de Koerdische medreses in Noord-Koerdistan niet meer. Dit komt door de wetten opgelegd door de voormalige leider van Turkije Mustufa Kemal Atatürk. Tegen het eind van 1960’s zijn de laatste medreses verdwenen.

Dit artikel zal meer informatie geven over wat de medreses waren, hoe ze functioneerde en welke methode van onderwijs hierbij kwam komen. De geschiedenis van de opkomst en ondergang van deze medreses is nog niet duidelijk voorgesteld aan het Koerdische publiek. Weinige Koerdische intellectuelen zijn op de hoogte van deze traditie van geloofsscholen in Koerdistan.[1]

De Koerdische medrese


Afbeelding 2: Overblijfselen van Medrese in Diyarbakir/Amed

De Koerdische medreses van het traditionele type hadden velen eeuwen een belangrijke plaats in vooral Noord-Koerdistan. Zij waren voor een lange tijd de belangrijkste centrums van educatie en culturele overdracht. Feitelijk gezien was de Koerdische literatuur geboren in de medreses van steden en dorpen. [2]

Het intellectuele leven dat ooit bestond in de medreses van Koerdistan rust nu in het graf. En om deze weer tot leven te wekken moet het verleden op gegraven worden. Er zijn nog overblijfselen van medreses in dorpjes. Maar deze zijn niet meer in gebruik.

De medreses van het verleden brachten velen intellectuelen, partizanen en religieuze denkers voort. Deze hebben door de tijd heen een merkteken achtergelaten van de Koerdische beschaving en taal.

De medreses van Koerdistan produceerde velen bekende mensen, die niet alleen bekend werden omdat ze Koerden waren, maar in het hele Midden-Oosten en andere delen van de wereld. Ze hebben een waardevolle bijdrage geleverd aan de Koerdische cultuur en geschiedenis in de religieuze wetenschap en ook in algemeen onderzoek en literatuur. Ook speelde ze vaak een praktische rol in leidinggevende functies in Koerdische opstanden.

Er waren velen medreses in alle gedeelten van Koerdistan in de 11ste en 12de eeuw. En zijn brachten duizenden studenten voort (In het Koerdisch is een student feqî / feqe, suxte or şagird). Ook namen Turken, Arabieren en Perzen deel aan het onderwijs in de medreses. Een paar van deze medreses zijn bekend geworden, zoals de Sitrabas medrese van Diyarbakir, de rode Medrese (Medreseya Sor) van Cizre, de medrese van Bayezid en de medrese van Shemdinan. Bitlis alleen al had vele medreses: de Ikhlasiye, Katibiye, Shukriye, Sherefiye en Shemsiye. Andere invloedrijke medreses waren die van Hizan, Müks, Bêdar, Findik, Akhtepe, Norshin, Karaköy (Gimgim in Varto), Farqîn (nu Silvan), Hawêl, een aantal in Siirt, Hasankeyf, Palu, Okhin, Van, en nog anderen.

De medreses waren het centrum van het Koerdische onderwijs, maar toch werd er ook in het Arabisch en tot op een bepaalde hoogte Perzisch lesgegeven. De medreses waren de plaatsen waar de Koerdische culturele traditie en Koerdische identiteit hoog werden gehouden. Koerdische gebruiken en tradities (adet) werden behouden in de medreses. In de medreses was het nationale Koerdische karakter ontstaan.

Medreses waren de enige instituties waar mensen Koerdisch leerde spreken en schrijven. De seculiere scholen, die waren opgericht door de nieuwe staten, die het Ottomaanse rijk opvolgden gebruikten alleen de taal van de staat. De medreses waren op z’n minst tweetalig. Arabisch, de taal van de Koran was natuurlijk een prioriteit, maar ook Koerdisch en Perzisch werd onderwezen. Meeste boeken waren in het Arabisch, maar de leraren legde ze uit in het Koerdisch. Ook was een groot aantal van de tekstboeken geschreven in Koerdisch, in het Koermandji dialect. Vele auteurs van Arabische boeken, studeerde in de Koerdische medreses, en waren ook Koerdisch.

Eerste religieuze onderwijs


Afbeelding 3: De beroemde Koerdische intellectueel Said Nursi genoot ook een opleiding in de medrese

Religieus onderwijs onder de Koerden begon niet bij in de medrese, maar bijna bij de geboorte. Door de ouders word een groot deel van het Islamitische geloof uitgelegd. Maar wanneer het kind zes of zeven jaar oud is, werden ze gezonden naar een mele (dorpsimam) of een dorpeling die meestal training gehad had in de medrese, om het Arabische alfabet te leren. In de dorpen waar een medrese was, waren het vaak de studenten, de feqî, die de jonge kinderen het alfabet leerde. Als het kind de beginselen van het Arabisch onder de knie had, kreeg de docent een gift van de familie (in het Koerdisch meftûhane).

Voor elk boek, dat het kind afsloot, zou de leraar een andere meftûhane krijgen. Vooral de meftûhane die de docent voor het af laten lezen van de gehele Koran werd vooral een belangrijke gift gezien. Sommige families gaven de leraar vee. Als het kind niet langer meer studeerde in zijn dorp, maar een feqî werd in een medrese, zou dit een andere vorm aannemen.

Als ze in de medrese een boek zouden afmaken, zouden ze geen gift geven aan de docent maar een banket houden voor hun collega-studenten. De meftûhane was erg belangrijk. Dit kwam door bijgeloof. Er werd geloofd dat als de student geen meftûhane zou geven na het uitlezen van zijn lesboeken, hij dom zou worden en nooit beter zou worden.

Als het kind het Arabische alfabet voldoende had geleerd, begonnen ze met het lezen van de Koran. Beetje bij beetje zouden de kinderen alle delen van de Koran lezen en grote gedeelten uit hun hoofd leren. Na de koran begonnen de kinderen met het lezen van populaire toegewijde teksten in het Koerdisch over de islam. Bijvoorbeeld de Mewlûd van Mele Ehmed (Huseyn) Bateyî). , deze werden gevolgd door een andere Koerdische tekst, Mele Xelîl Sêrtî’s Nehcu’l-enam (een introductie tot de moslim doctrine). Ook werden de boeken van Nûbihar, een Koerdische-Arabische inleiding door de grote poet Ehmedê Xanî, en de Arabische Ghâyat al-ikhtisâr, een simpele tekst over de canonieke verplichtingen.

Voor de meeste kinderen zou dit het enige zijn wat ze ooit zouden lezen. Omdat ze hierna thuis zouden blijven en bezig zouden zijn met werk. De weinige uitverkorenen, die mochten verder studeren verlieten hun dorp en ging op een andere plaats in een medrese verder studeren. Hiervoor moesten ze minstens 12 jaar oud zijn. Of kinderen feqî zou worden, hing sterk af van de omstandigheden binnen de familie. In grote families met 4 tot meer kinderen studeerde ze meestal niet verder. En degenen, die talent vertoonde waren geschikt geacht om te studeren in de medrese. Families die hun sociale status probeerde te verbeteren zouden meer dan één kind naar de medrese sturen. Ze verwachten namelijk dat het respect van een feqî voor de hele familie zou gaan gelden.

Uiteindelijk waren er families zich hadden gespecialiseerd in de religieuze leerstof. Hierdoor kregen ze eervolle namen zoals Mala Melan (“familie van imams”), Mala Weliyan (“familie van heiligen”) of als xwedî ocax (“telgen van charismatische nakomelingen”).

Opleiding tot feqî

Meeste grotere dorpen van Koerdistan hadden één of meer moskeeën. De moskeeën hadden niet altijd een medrese, maar het omgekeerde was ondenkbaar. De medreses waren altijd gehecht aan een moskee. Meeste plaatsen hadden overigens een medrese. In grote steden konden er 50 tot 200 studenten zijn, maar bij kleine medreses waren er rond de 10 tot 50 feqîs. De kleinere medreses werden hicre genoemd (hujra). Meestal waren de medrese en de moskee onderdeel van hetzelfde gebouw. De studenten studeerde en sliepen in een grote ruimte en aten in kleine ruimtes waar ze hun beddengoed en kleding bewaarde. In de zomer zouden ze meer tijd spenderen op het dak van de medrese, waar ze ook sliepen.

Ondanks dat het gebed in de moskee werd beschouwd als meer verdienstelijk, namen de feqîs meestal niet deel aan de gemeenschappelijke gebeden in de moskee en ondernamen in plaats daarvan hun gebeden individueel en sneller in de medrese. Ze namen ook meestal afstand van de soenna (aanbevolen) gebeden die volgden na de verplichte. Feitelijk waren er veel feqî die hun (verplichte) ochtendgebed miste. Het volk in het algemeen als ook de meeste leraren toonde niet veel zorg over de striktheid van de feqîs’ in het volgen van gebeden. Volgens een wijdverspreid populair geloof, was zelfs als de feqîs sliepen dit een vorm van aanbidding; de feqîs werden gezien als de vogels van het paradijs. (Oftewel heilig)

Moskeeën en medreses hadden hun eigen onafhankelijke financiële bronnen in de vorm van land en bezit die vast zaten aan hen als vrome schenkingen (waqf). In de dorpen was dit voornamelijk agriculturele land, die werd gehuurd aan boeren; in steden, bezaten moskeeën hun eigen winkeltjes en huizen, en veel moskeeën hebben dit vandaag op de dag nog. Het inkomen, dat werd verkregen uit deze bronnen werd gewoonlijk beheerd door de lokale mele; in sommige plaatsen werd het beheerd door sjeiks of sayyids.

Elke moskee en medrese werd beheerd door een koster, die bekend stond als de micewrê mizgeftê. Hij hield de moskee en medrese schoon, sneed vuurhout voor de openhaard in de winter, voorkwam dat de platte aarden daken lekte door dezen te bedrukken met een zware steenroller, hield de watervoorraden bij, etc. Meeste van de kosters waren oude godvrezende mannen, die het werk uitvoerden als een vrome daad. Als de koster een arme man was kreeg hij een salaris, of van het budget van de moskee of van contributies (giften) verzamelt door de gemeenschap rond de moskee.

Feqî and feqetî

Als een jongen zijn huis had verlaten om religie te bestuderen in een ander dorp werd hij feqî genoemd. Hij zou zichzelf voorstellen in een hicre of medrese en zou de plaatselijke leraar vragen om een verblijfsplaats. Als hij geaccepteerd werd, zou hij daar blijven en studeren. Anders zou hij zijn geluk ergens anders moeten uitproberen.

Meeste docenten prefereerde intelligente studenten en testte eerst de kennis en intelligentie van de kandidaat. En alleen daarna zouden ze besluiten of ze hem zouden accepteren. Geen enkele student dacht eraan om geen respect te tonen voor het besluit van een leraar. Het respect wat tegenwoordig ontbreekt bij jongeren voor docenten. Het respect voor de docent was absoluut en er was zelfs een spreekwoord “Degenen die me zelfs één letter leert, daar zal ik een dienaar van worden.” Als een feqî zijn studie had afgesloten en zelf een mele werd zou de verering voor zijn leraar doorgaan. En dezelfde relatie zou bestaan tussen de familieleden van de student en van zijn docent.

In elke hicre en medrese in Koerdistan was de student verantwoordelijk gemaakt voor andere. Meestal was dit de oudste of de meest bekwame student. Deze stond bekend als mîrê hicrê of mîrê medrese. Hij gaf de leiding aan alle studentenzaken en kon hun gehoorzaamheid kon opeisen. Als er een probleem ontstond tussen de studenten en de docent, of tussen de studenten en de dorpelingen, was het de taak van de mîr om het op te lossen. Na één gehele dag zou de mir de studenten vertellen wat ze moesten doen. Hij vertelde ze wanneer het tijd was om de teksten te leren of het voedsel uit het dorp te halen voor etenstijd, voor studieavonden of rust of om naar bed te gaan.

De tijdsorganisatie in de medrese

De studeertijd was vijf en een halve dag per week, van zaterdag tot donderdagochtend. Op deze dagen waren de feqîs de hele dag bezig. Wanneer ze geen aanwijzingen kregen van hun docenten, zouden ze zelfstudie doen, zoals het leren van Arabische teksten, etc.

De leraar zou vroeg opstaan en het ochtendgebed uitvoeren in de moskee. Hierna zou hij lesgeven aan de feqîs. Elke dag zou hij hun individueel instructies geven en beginnen met de meest gevorderde tot dat hij bij de jongste student kwam. In een medrese of hicre waren veel studenten. Hier assisteerde de oudere studenten de jongeren. Een feqî die aan de beurt was, zou op zijn knieën naast de leraar gaan zitten en een tekst met hem lezen. Letter voor letter, woord voor woord, zin voor zin werd de tekst gelezen en uitgelegd. Meeste boeken werd bestudeerd in het Arabisch, maar de uitleg door de leraar en woord-voor-woord vertaling waren altijd in het Koerdisch. Deze stijl van lesgeven zorgde ervoor dat de medreses en hicres een belangrijke plaats waren voor de Koerdische taal. Zelfs in de jaren waar de taal moeite had te overleven. In hun preken en toespraken gebruikten de meles ook Koerdisch.

De studenten moesten hun teksten elke keer per klein stukje leren. Deze moesten ze hard oplezen (of reciteren, als ze de teksten uit het hoofd hadden geleerd) tegen de leraar. Waarbij de vragen beantwoorde van de docent. Als de docent tevreden was met de progressie van de student, vertelde hij hem om het volgende stuk te bestuderen. Als hij niet tevreden was, moest de student de volgende dag terugkomen, om dezelfde taak uit te voeren.

Groepsdiscussie had een belangrijke plaats in de medrese, en stond bekend als muzakere (discussie) waarin de student vragen zou stellen aan iemand anders over een boek, die hij had gestuurd. Er waren verscheidene types van muzakera, maar het had altijd te maken met de discussie tussen twee studenten over een boek, die zij hadden bestudeerd. Nadat een feqî instructies had ontvangen van zijn docent kon hij samen met een andere student, die hetzelfde boek beheerst, de les bespreken om het boek beter te begrijpen. Of hij kon een oudere student vragen hem te helpen met de tekst, voordat hij werd getest door de leraar. Muzakere was niet beperkt tot teksten uit het medrese curriculum; de feqî’s lazen ook andere boeken.

De avonden, vanaf het avondgebed (isha) tot en met laat in de nacht, was de tijd voor mitale (mutala’a), stille individuele studie. De feqi lag op de grond in groepjes en ieder bestudeerde zijn eigen boek ter voorbereiding van de lessen van de volgende dag.

Het standaard curriculum (boekenlijst/ rêz) bevatte rond de twintig boeken die de feqîs uit het hoofd moesten leren. De boeken behandelde o.a. het leven van de profeet, Arabische grammatica, de Koerdische taal en ook dichtkunst. Het leren van buitenaf begon in het beginstadium van de studie; de meer geavanceerde studenten (talib) deden dit niet veel. Zij bestudeerde commentaren (sherh) en aantekeningen (hashiye) op basisteksten (metn); maar alleen de metn moest bestudeerd worden: ongeveer een uur in elke ochtend, voor het ontbijt, uur voor het ochtendgebed en soms na het avondmaal. Op droge dagen leerde studenten hun leerstof buiten, rond de medrese en moskee of op een neer lopen op een lang stuk vlak land buiten het dorp. Op regenachtige dagen en in de winter, zouden de feqîs stallen en loodsen in het dorp opzoeken om hun lessen te leren.

Koerdisch nationalisme in de medrese

De medreses van Koerdistan konden ingedeeld worden in twee categorieën: degenen waarin een Koerdische identiteit duidelijk naar voren kwam en de apolitieke medreses waar het Soefisme dominant was. De Soefi sjeiks hadden ook hun politieke ambities, om hun eigen soefi order over heel Koerdistan te verspreiden en daarom meer toewijding tot de sharia te krijgen. Afgezien van hun afkeer van het seculiere Turkse leger, maakten de sjeiks gewoonlijk geen onderscheid tussen Moslim Koerden en Turkse, Arabische of Perzische moslims. Er waren ook een paar sjeiks die samenwerkte met de staatsautoriteiten, maar ze moesten dit in het geheim doen omdat dit tegen de onafhankelijkheid in ging, die het volk verwachtte van hun spirituele leiders.

In de meeste medreses waren er feqîs uit velen verscheidene regio’s, die vaak goed geïnformeerd waren over de Koerdische beweging. Er was dus een bewustheid over de verschillende condities in de verschillende delen van Koerdistan. Jonge feqîs hoorde van ouderen over de Koerdische opstanden in het verleden, over de staatsonderdrukking en over de executie van Koerdische nationale leiders. Er waren ook verscheidene nationalistische meles die spraken over `onderdrukking en ongeloof´ (zulm û kufr) van de Turkse autoriteiten en die verzen van de Qur’an en de tradities van de profeet citeerde en tot de conclusie kwamen dat deze onderdrukkers en ongelovigen verdreven moesten worden. Het feit dat de meeste Turken Hanefis zijn en de Koerden Shafiis maakte de fusie van religieuze en etnische sentimenten makkelijker.

Één van de opstanden waarin religie een grote rol speelde, maar ook de etniciteit was die van Sjeik Said Pirani. Deze streed voor een onafhankelijk Islamitisch Koerdistan en streed tegen de secularisatie onder Mustufa Kemal Ataturk.[3] Onder de Koerden waren er steeds meer mensen die de voorkeur gaven aan onafhankelijkheid of autonomie, vooral na de opheffing van het sultanaat en kalfiaat en de creatie van wat velen zagen als de “goddeloze” republiek. De beroemde Koerdische moslim Said Nursi[4], die ook een opleiding in de medrese had genoten was er echter fel tegen. Hij zei tegen Sjeik Said, die hem een brief had geschreven:”Wij zijn moslims, wij zijn broeders, we mogen er niet voor zorgen dat broeders elkaar bestrijden.” Dit is een goed voorbeeld waarom de Koerden samen met de Turken hebben gestreden voor een onafhankelijke staat. De Koerden voerden namelijk met hun Turkse moslimsbroeders een strijd voor “Islamitische” onafhankelijkheid. Maar later probeerde Kemalisten Islam als verenigde factor te vervangen door op Turks gebaseerd nationalisme. Dit was één van de redenen waarom er opstanden ontstond. Said Nursi[6] was dan ook tegen zowel het Koerdische als Turkse nationalisme.

Het einde van de Koerdische medrese en de opkomst van de Turkse staat

Omdat de medreses de Islamitische identiteit benadrukte van de Koerden en Turken en omdat er Koerdische lessen in de medreses werden gegeven werd er besloten om de medreses te sluiten. Dit werd ook mede gedaan om een “modern” schoolsysteem op te zetten.

Na 1925 werden echter dankzij de bekende educatiewetten (Kanun-i Tevhid-i Tedris ) van Mustufa Kemal alle medreses gesloten. De sluiting van de Koerdische medreses had als primaire doel de Koerden te assimileren, en de Koerden van alles van het eigen verleden af te sluiten. Op deze manier zouden de Koerden hun eigen geschiedenis vergeten. Alle moslims in het “Turkse” grondgebied werden voortaan werden als Turken gezien, terwijl niet-Moslims zoals Grieken, joden en Armeniërs werden gedefinieerd als minderheden.


Een ander belangrijk doel van Mustufa Kemal Ataturk was om een homogene religie in Turkije te creëren. Terwijl de Koerden voornamelijk de Soefi school aanhingen, wilde Atatürk dat de bevolking de Islamitische-Hanefitische school ging aanhangen. Hij richtte de „Diyanet“ (Organisatie voor religieuze aangelegenheden) op om het volk religieus homogeen te maken. In plaats van dat Kemal naar een scheiding tussen Kerk en Staat streefde onderwierp hij de Soennitische versie van de Islam aan de staat.” De expert op Turks gebied Erik Jan Zürcher schrijft dan ook dat er eigenlijk geen scheiding was van kerk en staat in Turkije. De staat was nauw verbonden met de moskeeën en stelde imams aan.[5]

Dit was ook één van de belangrijkste doelen van het verbod op traditionele kleding van Mustufa Kemal. De Koerden moesten hun authentieke kleding opgeven, zodat ze snel hun gebruiken en tradities verloren. De opdeling van Koerdistan tussen het Ottomaanse rijk en Perzische rijk werd voltooid in 1639. Maar noch de Perzen of Ottomanen hebben ooit het bestaan van de Koerden en Koerdistan ontkend. Noch hadden zijn ooit geprobeerd de Koerden te assimileren door wetten en regels tot en met 1923. Sinds het noorden van Koerdistan onderdeel werd van het nieuwe Turkije, namen de leiders van de Turkse staat alle middelen aan om alleen al de namen van de Koerden en Koerdistan uit te wissen met bloedvergieten en onderdrukking.


Conclusie

De medreses waren erop gericht om feqi’s of studenten op te leiden in de Arabische, Koerdische en Perzische taal en om ze meer te laten leren van de Islam. Hierna hadden de studenten de mogelijkheid om een wetenschapper, onderzoeker, imam, etc te worden. Ondanks dat de nadruk lag op de Islam, hebben de medreses een zeer belangrijke bijdrage geleverd aan de Koerdische literatuur en beschaving. Ze hebben velen beroemde intellectuelen, sjeiks (religieuze leider), patriotten voortgebracht. Deze namen weer deel aan opstanden.

De medreses laten goed zien wat voor een belangrijke rol de Islam speelde in Noord-Koerdistan in de tijden voordat de educatiewetten van Mustufa Kemal werden uitgevoerd. Er zijn veel redenen waarom Kemal Ataturk deze educatiewetten zou hebben uitgevoerd, maar de belangrijkste redenen was waarschijnlijk om de rol van de Islam in te perken en de regering meer macht te geven. Het is nog de vraag of er ooit weer scholen komen, die ook in het Koerdisch onderwijzen in Noord-Koerdistan. De Koerdische medreses zijn waarschijnlijk voor eeuwig van de aardbodem weg gevaagd, maar de Koerdische cultuur leeft nog voort onder de niet-geassimileerde Koerdische moslims.

Bijlagen:

Bekende mensen voortgebracht door de medreses

De volgende personen waren Ulamma’s en Soefi’s als ook auteurs van literatuur: Mawlana Khalid al-Kurdi (1773-1826), de meest internationale bekende hervormer van Naqshbandi .Shaikh Elî Harîrî (1010-1089), Mele Ehmed Huseyn Bateyî (1417-1491), Shaikh Mele Ehmed Cizîrî (1570-1640) en Feqiyê Teyran (1590-1660) worden gezien als oprichters van de Koerdische literaire traditie. Ze werden gevolgd door Feqî Reşîdê Hakkarî, Şerefxanê Colemergî (1693-1748), Selîm Suleyman (16e/17e eeuw), Mele Xelîlê Sêrtî (Khalil Si`irti, 1753-1843), Kharis Bidlîsî (18e eeuw.), Mele Yunus Herqetêni (18e-19e eeuw), Pertew Begê Hakkarî (1806), Siyaposh, Bekir Begê Erzî, Mensûr Girgaşî, Shaikh Ebdurrehmanê Akhtepî (1850-1910), Mele Elî Findikî, Xelîfe Ûsiv (Khalifa Yusuf), Shaikh Diyaeddîn (bekend als Hazret van Norshin), Mele Mihemmed Emîn Heyderî, etc.

b) Onder de Koerdische medreses waren ook afgestudeerden in de vroege perioden die een sterke bewustheid van de Koerdische nationale identiteit lieten zien en diepe zorgen hadden over de status van het Koerdische volk. Het werk van Ehmedê Xanî (1651-1707) beweegt nog steeds nationalisten. In de 19de eeuw was er Murad Khan Bayezîdî (1772-1832) en Mele Mehmûd Bayezîdî, in de 20e eeuw was er Mele Se’îdê Kurdî (Sa’id-i Nursi) hij speelde een belangrijke rol met betrekking tot de Islam in NK en Mele Şeyxmus Hesarî, die onder het pseudoniem Cigerxwîn schreef. Hij werd een bekende nationalistische dichter.

c) De medreses produceerde ook mannen die actief werden in politiek (nationalistische) en deelnamen aan Koerdische opstanden: Shaikh Ubaydullah of Nehri (wiens opstand in 1880, als de eerste opstand werd beschouwd met een nationalistischer dimensie); Shaikh Ubaydullah’s zoon, Shaikh Abdulqadir (Oprichter van de eerste Koerdische associatie in Istanbul 1908), Sayyid Taha uit Nehri (actief in nationalistische politiek in Zuid en Oost Koerdistan), Shakh Sa’id van Piran (Sjeik Said Pirani leidde de eerste grote opstand tegen de Turkse republiek in 1925), Mele Selîm of Hizan, Sayyid Shaikh Elî and Shaikh Şihabeddîn, waren ook betrokken in opstanden.

Noten
[1] Medrese education in northern Kurdistan door Zeynelabidin Zinar
Op het eind van het artikel is ook de volledige boekenlijst (rez) te zien van de studenten voor de geïnteresseerden.
[2] CHAPTER 3: THE HISTORICAL CONTEXT OF STANDARDIZATION: THE EMERGENCE OF THE KURDISH NATION Online boek van Hassan Pour over de Koerdische natie
[3] Biografie van Bediuzzaman Said Nursi
[4]De opstand van Sjeik Said Door Vladimir van Wilgenburg
[5] Inleiding: De Republiek Turkije – levensverhaal van een (bijna) tachtigjarige Prof. dr. Erik-Jan Zürcher is hoogleraar Turkse talen en culturen op de universiteit van Leiden en heeft een onderscheiding gekregen van de Turkse staat voor zijn werk.
[6] Volgens de site Koerdistan.nl was Said Nursi verschoven van een nationalistische gedachtegang naar een volledig Islamitisch gedachtegang. Said Nursi zou in 1908 de Sultan Abdulhamid gevraagd hebben om Koerdisch talige scholen te stichten. Hij zou in kranten en tijdschriften in het Koerdisch hebben geschreven. Na de val van de Sultan kwam Ataturk aan het hoofd. Omdat Said Nursi tegen de nationalistische ideologie van Ataturk was, is hij in de loop van de tijd naar verschillende plaatsen verbannen. Maar later verschoof zijn interesse echter vanuit het Koerdische volk naar de Islam. Volgens de schrijver van het artikel in Koerdistan.nl was hiermee duidelijk te zien dat hij Selahaddinê Eyyubî als voorbeeld heeft genomen. (Sallahadin)
[7] NK= Afk. voor Noord-Koerdistan

Lees meer van
Be Sociable, Share!

Korte URL: http://azady.nl/?p=113

Geplaatst door op 31 Oct 2005. Gearchiveerd onder Religie. Je kan reageren of trackbacken RSS 2.0. You can leave a response or trackback to this entry

You must be logged in to post a comment Log in

Advertentie

Inloggen | Designed by Gabfire themes