Een Koerdische rebel verzacht zijn toon voor sceptische oren

Verschenen in de New York Times op 1 januari 2011
Door Steven Lee Myers

Wij willen de Koerdische problematiek – als het probleem van een natie, van een volk – echter niet opgelost zien worden door wapens, maar door dialoog - MURAT KARAYILAN

Hoog in de rotsachtige bergen van de Iraakse frontlinies, waar mannen (en, in dit geval, vrouwen) met geweren al langere tijd te werk gaan buiten het bereik van elk overheid, lijkt Murat Karayilan meer geïnteresseerd in het streven naar vrede dan het vervolgen van de oorlog die hij leidde tegen Turkije.

“Wij zijn niet zwak,” vertelde dhr. Karayilan in een interview in dit dorpje, waar hij en andere strijders van de Arbeiderspartij van Koerdistan, ofwel de PKK, de rechtsstaat van het land vertegenwoordigen, alhoewel officieel het tegenovergestelde beweerd wordt.

“Onze jeugd staat altijd gereed, warmbloedig en strijdlustig. Wij willen de Koerdische problematiek – als het probleem van een natie, van een volk – echter niet opgelost zien worden door wapens, maar door dialoog.”

Velen zullen de oprechtheid van dhr. Karayilan in twijfel trekken, met name in Turkije. De het met geweld gepaarde streven heeft een kwart eeuw geduurd en 40.000 levens geëist. Maar nu, wellicht meer dan ooit tevoren, zijn er aanwijzing te vinden in de richting van een einde aan deze oorlog.

En dit zet dhr. Karayilan – ofwel nobele opstandeling die onderdrukking bestrijd ofwel een narcotica-terreur commandant – te midden van een ander soort offensief.

Hij maakt zaak van de Koerdische rechten in Turkije in heimelijk geregelde, zij het niet onwettig geregelde zijn,  interviews vanuit zijn bergachtige verschansing, terwijl hij prominenten aan beide zeiden van de grens irriteert die hem liever in het ongewisse zouden zien verdwijnen.

“De Koerden zijn een oud volk op deze wereld,” zei hij. “Al hun nationale en taalkundige rechten zijn hen ontzegd. Ons doel is het waarmaken van die rechten. ”

De partij van dhr. Karayilan, al langere tijd aangeduid als terroristische organisatie en sinds vorig jaar ook als een drugs smokkellaar door de Verenigde Staten, heeft een wapenstilstand uitgeroepen en deze reeds verlengd tot het nieuwe jaar. Of het nu naar eigen ontwerp of uit noodzaak is, de partij heeft haar politieke eisen ingekort naar aanleiding van de aanzienlijke politieke en economische veranderingen die door Turkije en Iraq hebben gewoed.

Dhr. Karayilan vraagt niet langer om een onafhankelijke Koerdische staat, maar voor een bepaalde graad van autonomie binnen Turkije die is geïnspireerd door, maar degelijk tekort doet aan, het federale systeem dat de Koerden voor zichzelf hebben opgebouwd in Irak na de Amerikaanse invasie van 2003.

Koerdische leiders van Irak (Zuid-Koerdistan, red.), gewillig de handel en grensoverschrijdende samenwerking uit te breiden, bieden hun eigen model van standvastigheid en vorderende welvaart als voorbeeld. Zelfs terwijl Turkse gezagsvoerders onderhandelingen met de partij uitsluiten, hebben tussenpersonen in het geheim, volgens ambtenaren uit Turkije en Irak, overleg gepleegd om de mogelijkheden voor een permanente vrede te bediscussiëren.

De aanwezigheid van de PKK heeft al langere tijd voor irritaties tussen relaties gezorgd, door het uitlokken van grensoverschrijdende aanvallen en bombardement tot zo recentelijk als afgelopen zomer.

“Wij herinneren iedereen er continu aan: Geweld zal niet de manier zijn om dit probleem mee op te lossen,” zei Barham Salih, de ministerpremier van de Regionale Regering van Koerdistan in het noorden van Irak (Zuid-Koerdistan, red.).

De Koerden van Irak zijn “bedachtzaam over de relatie met Turkije, ” voegde dhr. Salih er aan toe. De ervaring dat de Koerden binnen Irak democratiseren als zij al dan niet een volledig democratisch systeem hebben “verdrijft het idee dat Koerden in dit gebied op de wereld een destabiliserend factor spelen.”
“We hoeven niet te blijven hangen in de conflicten uit het verleden,” zei hij.

Dhr. Karayilan is een eloquente man, gezet maar in vorm, gesnord en  zorgvuldig gekleed in een handgemaakt olijf-grijs uniform dat de strijders van de partij dragen. Zijn verleden is obscuur genoeg om op de officiële terroristen lijst van de Amerikaanse Ministerie van Financiën onder twee verschillende geboortedata genoemd te worden en zodoende of 56 ofwel 60 jaar oud te zijn.

Hij is de dagelijkse opperbevelhebber van de Arbeiderspartij van Koerdistan sinds haar charismatische oprichter, Abdullah Ocalan, gevangen is genomen in 1999, veroordeeld en verbannen naar de gevangenis op het eiland in de Zee van Marmara.

De hoofdleiding verhuisde kort erna naar Qandil en haar strijders leven hier min of meer openlijk in wat een ongedeclareerde haven benadert. De strijders – onder wie in grote getallen vrouwen – volgen een gedisciplineerde en ascetische levensstijl. Zij gebruikten de bergen altijd al als toevlucht, de omverwerping van Saddam Hussein heeft dit bovendien vergemakkelijkt – to grote ongenoegen van de Turkse regering, die routinematig bij de Verenigde Staten en Irak klaagt en verzoekt meer te doen aan de ondernemingen van de PKK te beperken.

“Voor het eerst in de geschiedenis hebben de Koerden ruimte om te ademen,” zei een woordvoerder van de beweging, Roj Welat.

De exacte locatie van de basis van Karayilan wordt, vanzelfsprekend, geheimgehouden. De aanwezigheid van de partij in de kloven rondom Qandil echter niet. Strijders in uniform handhaven een controlepost op de weg vanuit de hoofdstad van de Koerdische regio (Zuid-Koerdistan, red.), Erbil (Hawler, red.), niet ver van de laatste officiële controlepost.

De vlag van de partij wappert over haar territorium, terwijl het portret van dhr. Ocalan alomtegenwoordig overal hangt. Dhr. Ocalan blijft de vereerde leider van de beweging, hij verkeert echter “niet in een positie om bevelen uit te delen” vanuit de gevangenis, zoals dhr. Karayilan het stelt, alhoewel zijn berichten en manuscripten zicht nog steeds te ronde doen.

De partij runt een kliniek onder toezicht van een Duitse arts en een fabriek die de uniforms vervaardigd. Zij onderhoudt keurig een begraafplaats met een 30-voet hoge witte obilisk die de graven van Koerdische strijders uit Irak (Zuid-Koerdistan, red.), Turkije (Noord-Koerdistan, red.), Iran (Oost-Koerdistan, red.) en Syrië (West-Koerdistan, red.) verenigt.

Dhr. Karayilan zei dat donaties van Koerden uit hun vaderland of vanuit de diaspora de beweging in stand houden. Ameikaanse en Turkse ambtenaren beweren dat smokkel hier verantwoordelijk voor is. Wat betreft wapens, glimlachte dhr. Karayilan bescheiden toen er om gevraagd werd. “Je kunt krijgen wat je wil,” zei hij. “Dit is het Midden-Oosten.”

De partij riep een eenzijdige wapenstilstand uit na een eruptie van grensoverschrijdend geweld van 2007 tot 2009. Het sussen vond grotendeels tegelijkertijd plaats met concessies door de Turkse regering onder leiding van ministerpremier Recep Tayyip Erdogan door de rechten van de Koerdische minderheid in het land te doen toenemen zoals bijvoorbeeld het toestaan van een Koerdisch gesproken televisie zender en Koerdische taallessen aan universiteiten.

De regering van dhr. Erdogan heeft de oproepen van de partij voor een algehele beëindiging van het geweld genegeerd, waaronder ook de roep om de vrijlating van gearresteerde Koerdische activisten en de instelling van een verzoeningscomité zoals in het post-apartheid Zuid-Afrika. In de plaatst ervan hanteert de regering een meer nationalistische toonzetting in de aanloop van de verkiezingen in juni. Desalniettemin wordt verwacht dat de regering enkele nieuwe gebaren zal maken tegenover de Koerden met de hoop de groep van dhr. Karayilan te kunnen marginaliseren.

“Sommige dingen die op de lijst staan als voorwaarden maken inmiddels al deel uit van de democratische standaarden die onze regering bidet aan al haar burgers, niet alleen de Koerden,” zei Omer Celik, een parlementslid en een van de vooraanstaande politieke adviseurs van dhr. Erdogan.

Dhr. Karayilan meent dat de Turkse overheid de politieke gewilligheid mist om een werkelijke vrede na te streven,  alhoewel hij, veelbetekenend, de deur naar onderhandelingen niet gesloten acht.

Hij sprak bijna twee uren lang in een betonnen blokhut, van de zomer zwaar beschadig door twee Turkse bominslagen.

Hij reisde met slechts een bescheiden stoet van bewakers in Toyata Land Cruisers trof weinig andere voorzorgsmaatregelen. Toen het interview tot een einde kwam, excuseerde hij zich dat hij niet voor het avondeten kon blijven.

Ondanks al zijn fatsoenlijke charmes, blijft hij van tijd tot tijd schril, wanneer hij de wat hij Turkse bezetting, onderdrukking en genocide beklaagt. De contouren van de accommodatie die hij schets lijken echter tegenwoordig niet langer vergezocht.

Hij dringt de Verenigde Staten, eveneens andere naties, er op aan te stoppen het conflict vanuit het perspectief van “oorlog en terreur” te aanschouwen maar liever vanuit dat van zelfbeschikking. “Het is de zaak van een hele natie waar naar gekeken moet worden,” zei hij.

Met bijdragen van Stephen Farell en Namo Abdullah vanuit Qandil
en Sebnem Arsu vanuit Istanboel
Een versie van dit artikel verscheen in de gedrukte versie van
de New York Times op 1 januari 2011, op pagina A8 van de New Yorkse editie.
Vertaling Azady.nl door Dil Yilmaz
Azady Achtergrond
Achtergrond
Lees meer van Achtergrond
Be Sociable, Share!

Korte URL: http://azady.nl/?p=15493

Geplaatst door op 2 Jan 2011. Gearchiveerd onder Extra, Onder de aandacht. Je kan reageren of trackbacken RSS 2.0. Both comments and pings are currently closed.

Reacties plaatsen niet toegestaan

Advertentie

Inloggen | Designed by Gabfire themes