Mijn niet bestaande moedertaal

Istanboel, november 1988

Als jongeman van amper twintig zomers oud keek ik mijn ogen uit: zo een drukte had ik nog nooit meegemaakt. De drukte van Istanboel had ik wel eens op de televisie en in films mogen aanschouwen, maar de chaos en luidheid die ik nu moest meemaken, had ik me in geen jaren kunnen inbeelden.

Het was nu al bijna een week geleden dat ik Wan had verlaten om in de grote stad te komen werken. Ik logeerde tijdelijk bij een familievriend die een aantal jaren terug ons dorp voor de grote stad had ingeruild. Thuis mijn dagen verslijten op het land dat steeds minder vruchtbaar werd, was niet voor mij weggelegd. In de grote stad zou ik het echte leven leren kennen en goed geld verdienen. Istanboel was in mijn ogen de aangewezen plek hiervoor. Ik had de stad leren kennen uit de vele films die ik op het witte doek had aanschouwd. Fascinerend. Zonder twijfel zou ik ook hier fantastische momenten beleven en veel meemaken.

Na vele gevaarlijke oversteekpogingen en vragen naar de weg, bereikte ik het kantoortje op de haven. Mij was verteld dat je je hier kon opgeven voor een baantje. Zij hadden laders en lossers nodig en ik geld. Het kantoortje was druk, hier had ik niet op gerekend. Ik was blijkbaar niet de enige op zoek naar een baantje. Voor mij stond een man of dertig in de rij om zich op te geven bij twee gesnorde gezette mannen achter een eiken houten bureautje. Het kantoortje was klein, stoffig, rokerig en benauwd. Sommige mannen kenden elkaar en waren onderling in gesprek geraakt. Ik luisterde aandachtig hun gesprekken af. Het leek er op dat de meesten in hetzelfde schutje zaten, ook zij hadden hun geboortedorp ingeruild voor de grote stad om geld te verdienen. Hun redenen hiervoor waren divers maar leken ergens wel op elkaar. Sommigen waren hier om geld voor het onderhoud van hun gezin te verdienen en anderen om de bruidsschat van hun geliefde tegemoet te kunnen komen om überhaupt een gezin te kunnen starten. Een enkeling was op zoek naar avontuur en moest zichzelf ergens mee zien te onderhouden. Maar wat waren ze allemaal toch al veel langer dan ik in deze stad… Sommigen waren al jarenlang hier aan het werk, ver van thuis en familie.
Het kantoortje leek steeds benauwder en kleiner te worden, alsof de muren naar binnen toe bewogen.

Eindelijk kwam ook ik voor het eiken tafeltje te staan. De twee mannen, beiden gulzig paffend aan een sigaret in hun mond, keken ongeduldig en stelden vragen waarvan ze het antwoord met een potlood haastig op een van de formulieren voor hen noteerden. Een van hen richtte zich nu tot mij en begon te vragen. Wat was mijn naam, leeftijd, geboorteplaats en had ik al eerder gewerkt? Ik voelde de concurrentie. Wat had ik dat mij onderscheidde van al deze andere mannen? Iedereen leek hetzelfde te zijn. Zij waren al veel langer dan ik hier, natuurlijk zouden zij eerder een baan krijgen. Maar toen kwam de vraag die de hoop in mijn ogen deed oplichten. “Spreek je nog andere talen dan het Turks?” Hier kon ik wat mee. “Jazeker, Turks is mijn tweede taal, Koerdisch is mijn moedertaal”, luidde mijn antwoord op deze vraag. Tweetalig, dat was vast een streepje voor. Tot mijn grote verbazing begon snorremans echter te schateren van het lachen waarbij zijn sigaretje stuiterend uit zijn mond viel. Hij vroeg mij of ik serieus was. “Jongeman, Koerdisch is toch geen taal! Frans en Engels, dat zijn talen, iets als het Koerdisch bestaat niet”. Ik twijfelde hoe ik dit moest opvatten. Vers van het platteland had ik nooit meegekregen hoe er tegen Koerden en het Koerdisch werd aangekeken, ik begreep daarom ook niet hoe iemand mijn moedertaal ‘niet bestaand’ kon noemen. “U vroeg mij of ik nog een andere taal sprak. Ik spreek ook Koerdisch, mijn moedertaal. Dat was een oprecht antwoord”, beantwoordde ik snorremans beleefd. Zijn schaterende lach verdween en de eens zo rumoerige ruimte viel stil. De tweede snorremans had nu ook aandacht voor ons gesprek en liet met grote, boze, ogen zijn sigaret net voor zijn lippen tot een halt komen. Beiden keken mij nors aan. Snor nummer één verving zijn gelach van eerder met geblaf dat de woorden “scheer je weg stuk uitschot!” vormde en gooide mij mijn formulier verfrommeld toe. Een baan zou ik hier niet kunnen vinden.

Verward en ontdaan verlaatte ik het kantoortje en liep weg van de haven. Hoe kon het dat ze zo reageerden op mijn moedertaal? Ik begreep het niet. Thuis had ik sinds mijn geboorte een taal leren spreken, het Koerdisch, dat was mijn taal. Op de basisschool hadden we een meester die ons het Turks had bijgebracht. Het had hem veel moeite gekost omdat dat de enige taal was die hij zelf sprak. Het was voor hem en voor ons een ware strijd geweest om deze andere taal te leren, maar uiteindelijk werd ík er tweetalig door. Blijkbaar gold dit niet meer, eenmaal in Istanboel.

Thuis aangekomen vroeg ik aan mijn vriend of hem hier ooit ook zoiets was overkomen. Hij glimlachte naar me en zei slechts “welkom in Istanboel broer, het is tijd om je ogen te openen en je blik af te wenden van de mooie taferelen op het witte doek”.

Dil Yilmaz
Lees meer van Dil Yilmaz
Be Sociable, Share!

Korte URL: http://azady.nl/?p=15797

Geplaatst door op 7 Jan 2011. Gearchiveerd onder Column, Opinie & Debat. Je kan reageren of trackbacken RSS 2.0. Both comments and pings are currently closed.

3 reacties voor “Mijn niet bestaande moedertaal”

  1. smurf

    vandaag kan niemand meer zeggen koerdisch bestaat niet…. eindelijk in noord koerdistan overal in steden hangen ze zelf (niet meer wachten op turken regering) ook in koerdisch borden en zo op
    maar de dagen dat koerdisch ‘geen taal’ was was niet eens zo lang geleden
    moet niet vergeten worden

  2. PlanetRose

    Eerlijk gezegd, vond ik dit best wel grappig om te lezen. Leuk geschreven. Mijn humor, I know. De hoofdpersoon is gewoonweg droog.

    En die bijpersonen zijn echt raar, het is niet goed om te stressen en dat ze zich stressen om zoiets is gewoonweg raar.

  3. mahfuz

    @Planetrose,

    Komt vaker voor bij Turken ten opzichte van Koerdisch. Komt door de mentaliteit dat de Turks staat gecreeerd heeft. Dat zal ook wel afnemen, ze wennen vast wel eraan en kunnen er niet meer omheen.

Reacties plaatsen niet toegestaan

Advertentie

Inloggen | Designed by Gabfire themes