Verdwijnen

De onderstaande column is een vervolg op De geur van groen en
gebaseerd op een waargebeurd verhaal.

Mijn misdaad? Hand in hand vol vreugde de komst van een nieuwe dag vieren. Mijn vonnis? Verdwijnen.

Dagen lang werd ik vastgehouden in een donker klein kamertje. De hel van Amed. Of het nacht was of dag, wist ik niet. Maar dat maakte niet uit: alle dagen hadden zich samengevoegd tot één dag. Mijn laatste dag was begonnen met de eerste zonnestralen van Newroz. Wanneer het zou eindigen, wist ik nog niet.

Mijn martelaars wisten niet van ophouden, noch was ik bereid om maar een woord te spreken. Ik zou mijn mond houden, net als de anderen, daar was ik zeker van. Dagenlang werd elk leed dat niet te beschrijven valt, mij aangedaan. Hoe ik het overleefd heb, is mij ook een raadsel. Uiteindelijk kwam mijn isolement tot een eind. Nog eenmaal stelden zij mij die vragen die ik zwijgend tegemoet kwam. Ze pakten mij vast, doopten mijn gezicht in de overvolle wc-pot en zeiden dat ze mij klaarmaakten voor de ontmoeting met mijn soortgenoten. Ik moest van hen mijn innerlijk op mijn gezicht dragen om de juiste eerste indruk achter te laten. Ze sleepten me mee door lange gangen. Uiteindelijk kwamen we aan bij een afgesloten ruimte met een loodzware deur met tralie.

Voorzichtig tilde ik mijn hoofd op en keek naar binnen. Het was een ruimte niet veel groter dan het vorige hok, tot de nok toe gevuld met vrouwen. Voor sommigen was er amper plek om te zitten, laat staan om te staan. Ze gooiden mij naar binnen en ik kwam neer op het harde beton dat de vloer vormde. De vrouwen om mij heen zwegen en keken naar me. De nieuwkomer. De deur sloeg achter mij dicht en de bewakers verdwenen. Ergens kwam een hand vandaan en werd ik overeind geholpen. “Welkom in je nieuwe thuis” is wat ze tegen me zeiden. De vrouwen stelden zich stuk voor stuk voor. Eén ding hadden ze allemaal met elkaar in gemeen: de terneergeslagen blik in hun ogen en de verdwenen hoop op hun gezichten. Ik haalde diep adem, zocht een hoekje van mijn nieuwe hok op, liet me zakken op de vloer en sloot mijn ogen. Ik was weer terug, dansend om het vuur, op de laatste dag van mijn leven, waarvan het einde nog niet in zicht was. De gezichten om mij heen waren vrolijk en de gemoederen liepen hoog op…

“Etenstijd” hoorde ik om mij heen. Door een luik in de deur zag ik dat een paar grote kommen naar binnen werden geschoven. Het rook naar soep. Zou het echt waar zijn? Ik kon het bijna niet geloven. Snel kroop ik naar voren. Het rook naar linzensoep. Met een blik in de kommen van dichtbij realiseerde ik me dat mijn argwaan niet ongegrond was. Er krioelde iets in de soep. Maden. Tientallen maden. In alle soepkommen. Wat was dit voor een wrede grap? Mijn buurvrouw zag mij kijken en ze stootte mij aan. “Eet” zei ze. “Eet alles wat je kunt vinden. Maden, ratten, slangen, alles. Haal het niet in je hoofd om kieskeurig te zijn. Wil je overleven? Eet!” En ik at.

Nog geen tien minuten later hoorden we geroep op de gang. “Tijd voor jullie dessert. Bij elk diner hoort een dessert”. De vrouwen kwamen in beweging. Ze ontblootten hun voeten, namen een rugligging in en tilde hun voeten op. Met enige haast seinde één mij haar voorbeeld te volgen. Wat stond mij nu weer te wachten?

Ons dessert kwam binnen. Met zweepslagen werden wij die avond beloond met een voetmassage. Eén van onze masseurs had een fles bij zich, gevuld met een gele vloeistof. Hij trok een oudere vrouw niet ver van mij omhoog en gebood haar het Turkse volkslied te zingen. Het kleine beetje kleur trok weg uit het gezicht van de vrouw en zij sloeg haar ogen neer. “Ik ben Koerdisch, ik spreek geen Turks” antwoordde zei in het Koerdisch. “Drink dan maar je beloning”, zei de masseur en trok de dop van de fles er af. De walm van urine vulde de het hok. Wilde je hier overleven, dan at je niet alleen, je dronk ook. Ze dronk.

De vrouw naast haar werd omhoog gehesen. Ook haar geboden ze het volkslied uit volle borst te zingen. Zij was naar school gegaan. Het volkslied zingen kon ze wel. Ze zong. Maar de masseur was niet tevreden en hij gebood: “Eindig met trots. Laat de woorden horen: Ik ben een Turk en ik ben er trots op!”. Ze weigerde en haar straf was zwaar. Maar niets dat er op volgde was tijdens deze laatste dag van mijn leven licht. Zwaar had zijn betekenis verloren. Zwijgzaam lieten we alles over ons heen komen. En wanneer ze ons met rust lieten, sloot ik mijn ogen en ging het feest eindeloos verder, zoals wij allen plechtig beloofd hadden.

Dil Yilmaz
Lees meer van Dil Yilmaz
Be Sociable, Share!

Korte URL: http://azady.nl/?p=16054

Geplaatst door op 15 Jan 2011. Gearchiveerd onder Column, Opinie & Debat. Je kan reageren of trackbacken RSS 2.0. Both comments and pings are currently closed.

1 reactie voor “Verdwijnen”

  1. hkurd

    OMG niet normaal! Welke mens doet zoiets tegenover zijn mede mens ?! Moge zij die dat doen in de hel komen inshalla!! Echte honden zijn het ook.

Reacties plaatsen niet toegestaan

Advertentie

Inloggen | Designed by Gabfire themes