Tussen vrijheid en onderdrukking: de opkomst van de tiran

Zelfs Allah, voordat hij de aarde schiep, rookte een sigaret en leunde achterover, denkend aan wat Hij de komende zes dagen zou gaan doen. In die dagen besteedde Hij de meeste tijd aan het ‘denken’. Bang voor het onvermijdelijke, bang dat Hij in zijn perfectie een goddelijke fout zou begaan. Het onvermijdelijke gebeurde: Hij schiep de man, en de vrouw om die man te dienen. Zijn allerergste kemel was dat Hij wezens die genoten van zijn evenbeeld het leven schonk. God schept, zo ook de mens. Waar ik vandaan kom, schept de mens tirannen. Ik kom uit de hoge gebergtes van Ararat…

In tegenstelling tot mijn leeftijdgenoten, kampte ik altijd met vragen. Mijn ouders hadden net als velen zich de slaven van de traditie verklaard. Mijn opa grijnsde altijd wanneer ik mompelend mij afvroeg waarom zij nooit tijd voor mijn vragen hadden. “Je ouders zetten de traditie van de bewoners van de hoge landen voort, voor jouw vragen hebben ze geen tijd.” Van kinds af aan had ik moeite met het woord ‘moet’, dat wist mijn opa ook. Zo brutaal als ik was op die leeftijd, aarzelde ik niet mijn opa te vragen waarom hij dan niet de hele dag bezig was ‘onze traditie voort te zetten’, maar urenlang naar die ene bijna onzichtbare boom aan de overkant van de berg staarde. “Het is ook traditie om op jonge leeftijd de fouten van onze voorouders voortzetten, zodat we op een oude leeftijd mogen nadenken over wat we fout hebben gedaan.”, suste hij in mijn oren.

Het leuke aan kind zijn, is dat je altijd simpele oplossingen hebt voor complexe problemen. Zo had ik ook de ideale oplossing: “Kunnen we niet eerst nadenken over wat we fout zouden doen, om vervolgens die fouten niet te maken?” Opa grijnsde weer en fluisterde het antwoord dat ik niet wilde horen: “Maar mijn lieve kleinzoon. Jij mag de traditie niet verbreken!”

Hoewel wij geen heersers hadden die ons opdroegen te doen wat we niet wilden, waren we toch onze eigen tirannen. We hebben immers de traditie om als vrije zielen voort te leven.

Onze vrijheid is net een paardenwedstrijd. Eentje neemt de leiding over en overschaduwt de elegante verschijning van de rest van de paarden. Het bittere is dat hij ook nog eens de winnaar wordt, zonder dat het uitmaakt hoe hard de anderen gerend hebben.
Zo is ook onze vrijheid. Eentje neemt altijd de leiding over, hij neemt alle vrijheid van de wereld voor zichzelf en bepaalt voor de rest hoe ‘vrij’ zij zich moeten gedragen…

Sta er vooral niet stil bij: Het kan zijn dat je gevoel een andere melodie zingt dan je pen. Het is niet de kunst de pen te forceren datgene te schrijven wat je gevoel zingt… wel je gevoel te dwingen ook te kijken naar datgene wat de pen ziet en opschrijft.

Tussen de traditie en de elegante verschijning van het paard, had de zieke man van de lage landen zijn intrede al gedaan in het nabijgelegen dorp. In de verte schreeuwde hij in een vreemde taal vier bergen bij elkaar, hij zou het verloren broertje zijn dat we nooit hadden gekend. “Ieder huis een eigen waterput”, beloofde hij. Ieder gezin zou een nieuw huis krijgen. Voortaan mochten we zelfs de lage landen bezoeken en werden we als gelijke van onze nieuwe heerser behandeld.

Zo brutaal als ik was, begon ik mijn opa vragen te stellen: Waarom droeg hij een harnas? Wat deden al die vreemde mannen bij hem? Wij begrepen elkaar, waarom moesten we nu in een taal spreken die we niet zelf spraken? We gingen toch al elke vrijdag voor het vrijdagsgebed naar dat dorp, waarom riep hij dan dat we dat voortaan mochten doen?

De storm spreekt
De taal van de bloem
Niet
Zo ook de vreemde man
Uit het lage land

Stiekem vraag ik me
Toch af
Hoe maakt hij zich
Verstaanbaar?

De essentie van tirannie is het verstaanbaar maken. Onze nieuwe heerser hoefde de taal van de bewoners van Ararat niet te spreken om datgene duidelijk te maken, wat de pen niet schrijven kon. Door de eeuwen heen leerden we de taal van het harnas. Onderdrukt waren we pas echt, toen we alleen maar de taal van het harnas accepteerden. Het probleem van luisteren is dat je het kunt begrijpen en vervolgens kunt gehoorzamen.

Ook ik luisterde, maar niet naar onze nieuwe heerser. Ik luisterde naar de verhalen van opa. Ooit had hij me beloofd een verhaal te vertellen over het bezoek van zijn oudere broer aan de grootvader van onze nieuwe heerser. Ik was reuze benieuwd naar zijn verhaal. Ik had immers begrepen dat om te weten hoe onze nieuwe heerser is, ik een verhaal over zijn grootvader moest aanhoren. Maar mijn opa had inmiddels de taal van het harnas goed begrepen en wist dat hij geen begin kon maken aan een dergelijk verhaal. Zijn broer was immers nooit teruggekeerd naar zijn dorp.

“Opa, wat hebt u begrepen?”
“Geen verhaal dat met de naam van onze nieuwe heerser of van zijn naasten begint.”
“Zei hij dan iets over het einde?”
“Nee lieverd”
“Vertel me dan het einde…”

Hij grijnsde en begon te vertellen:

“Wat Gij ook met mij doet, ik ben van Ararat. Ararat schept, Ararat neemt! U ontneemt mij mijn adem, U krijgt een levenloos lichaam, dat U toch liever onder de grond ziet dan dat het verrot naast al uw rijkdommen. Maar, liegt de waarheid als zij zegt dat ik uiteindelijk onder de grond van Ararat mijn rust zal vinden, met of zonder Uw toestemming? Al scheurt U mijn lichaam in vier stukken, U zult mij toch uiteindelijk als één geheel moeten begraven. Wat heeft dit voor zin? U onthoudt mij van het spreken van de waarheid en de naam van de vrijheid? Ik zal, net als U, eeuwig liegen totdat de leugen zichzelf zat wordt en om de waarheid smeekt. Hoe kan de leugen bestaan als de waarheid uitgestorven is? De waarheid zal verteld worden. Door wie? Kijk omhoog mijn Heer. Zo hoog als Uw nek buigen kan. Op de top van die berg ziet U een boom. Aan de overkant van die boom zal een jongetje zich op een dag afvragen wat zich vandaag hier heeft afgespeeld. Zodra hij de waarheid onder ogen ziet, zal hij die waarheid met zich meebrengen.
Ik smeek alle goden bij elkaar dat Uw nakomelingen tegen die tijd strijdklaar zullen zijn. Vergeet niet mijn Heer: Ararat schept, Ararat neemt…”

“Zo stond de dappere man, strijdklaar, maar vooral zo dood als zijn onderdrukte Ararat…”, sloot opa zijn verhaal af.

Sta er wél stil bij: Onderdruk, zolang de geest vrij is, de onderdrukking, net als de tiran. Welke tiran? De tiran van je eigen geest… Want alleen jij kunt bij je eigen geest. Geen mens, geen Allah.



Dit artikel is een vervolg op Tussen vrijheid en onderdrukking: de dood er tussenin
Zjir Rashaan
Lees meer van Zjir Rashaan
Be Sociable, Share!

Korte URL: http://azady.nl/?p=16465

Geplaatst door op 22 Jan 2011. Gearchiveerd onder Achtergrond, Cultuur, Headlines. Je kan reageren of trackbacken RSS 2.0. Both comments and pings are currently closed.

Reacties plaatsen niet toegestaan

Advertentie

Inloggen | Designed by Gabfire themes