Alevitisme Deel 1 (Shilan Arpat)

Alevitisme Deel 1

In deze tweedelige artikelenserie wordt een beschrijving van het Alevitisme weergegeven. De accenten worden daarbij gelegd op het ontstaan, de geschiedenis en de religieuze kenmerken van het geloof.

Geschiedenis
Al spoedig na de dood van de profeet Mohammed in circa 632 ontstond er een splitsing in de Islam over de kwestie van de opvolging van de profeet. Door een deel van de gelovigen, de soennieten die driekwart van de moslims vormden, werd een opvolger gekozen uit de kringen van de volgelingen: Aboe Bakr. Het andere deel, de sjiieten, erkenden deze gekozen opvolger echter niet. Volgens de Sjiieten was Imam Ali, neef en tevens schoonzoon van profeet Mohammed, de enige rechtmatige opvolger van de profeet. Hoewel profeet Mohammed verschillende malen voor zijn dood zou hebben aangekaart dat Imam Ali zijn taken na zijn dood zou overnemen, werd Ali tevergeefs door een grote meerderheid niet erkend als opvolger.

De naam sjiieten komt van het Arabische ‘sji’at Imam Ali’, dat ‘partij van Imam Ali’ betekent. Imam Ali is inderdaad een korte tijd kalief (opvolger) geweest van de profeet, maar dit “ambt” bekleedde hij pas nadat er drie andere kaliefen hem voor waren gegaan. Voor de ogen van de sjiieten is Imam Ali de eerste opvolger en erkennen ze Aboe Bakr niet als rechtmatige opvolger van de profeet. Echter, de soennieten stonden lijnrecht tegenover dit gedachtegoed van de sjiieten.

Toen Imam Ali na de dood van Imam Osman in 656 de vierde kalief werd van heel het Islamitisch Rijk laaide de ontevredenheid meer op. De soennieten kwamen in opstand die uiteindelijk de dood van Imam Ali als gevolg had. Hij werd gedood met een zwaard, tijdens het gebed in de Kufeh Moskee in Irak. Door dit incident werd de kloof tussen de soennieten en de sjiieten steeds groter.

De opvolgers van Imam Ali
De zoon van Imam Ali, Imam Hassan, tevens ook de kleinzoon van Mohammed volgde hem op maar trad al snel af. Zijn broertje Imam Hoessein eiste na Imam Hassan het leiderschap op van de Islamitische wereld en trok ten strijde. Maar hij werd in het jaar 680 in Karbala (Irak) verslagen en vermoord door het leger van de Omajjaden. Hierdoor beschouwen de sjiieten en Alevieten zowel Imam Ali en Imam Hoessein als de twee grootste martelaren van het Sjiiesme en Alevitisme . Ze worden nog steeds jaarlijks herdacht door sjiieten en Alevieten over heel de wereld. Dat gebeurt tijdens de Asjoera. Ze betreuren hierbij spijt dat ze de Imam niet genoeg steunden, in de strijd van de opvolging.

Er zijn vier landen ter wereld met een sjiietische meerderheid: Iran (93 %), Bahrein (75 %), Azerbeidzjan (65 %) en Irak (60 %). Alle andere moslimlanden kennen een meerderheid van soennieten. Jemen en Libanon hebben een grote sjiietische minderheid, 40 % en 35 % respectievelijk.

Wie is/ was Imam Ali?

Imam Ali, de neef en schoonzoon van de profeet Mohammed.

Imam Ali werd geboren in het jaar 599, in de Kaab, in Mekka. Vanaf zijn jeugd bleef Ali bij Mohammed en heeft hij zijn normen en waarden overgenomen. Hij was de zoon van de oom van Profeet Mohhamed. Mohammed heeft Ali geadopteerd en hem opgevoed.
Het geloof Islam is als eerste erkend door Hatice (de vrouw van Mohammed) en Ali. Hij was de vierde Kalief en voor Sjiieten additioneel de eerste Sjiitische Imam. Hij was ook het eerste kind jonger dan 12 dat de Islam aanvaardde en volgde. Hij werd ook genoemd bij de bijnamen “Allah’s leeuw”, “De vader van de aarde” , “Haydar” etc. Na de Profeet werd Ali de “Uitvoerder van de Wil van de Profeet” genoemd, omdat de Profeet Mohammed zijn wil aan hem had overgelaten.
De Zulfikar was het zwaard van Mohammed en zijn schoonzoon, Imam Ali. Hij is tweepuntig en werd het symbool voor elke moslim.

Voor de Alevieten, volgers van Ali, is Ali het symbool voor tolerantie. Hier gaat het dan ook om ‘ieder mens te accepteren zoals hij/zij is, zonder onderscheid te maken in sekse, kleur, afkomst, geloof enz.’. Een welbekende uitspraak van Imam Ali is: “De mens is de ogen van God waarmee hij ziet, de tong waarmee hij praat en het oor waarmee hij hoort.”

Ali was voor een duur van vijf jaar Kalief, en is in 661 tijdens het gebed gedood met een zwaard in de Kufeh Moskee door de zoon van Muljim.

Alevitisme
Precies wanneer is niet duidelijk; een exacte datum is niet mogelijk om het ontstaan van het Alevitisme aan te kaarten. Wat men wel weet is dat tijdens de grote volksverhuizing van Anatolie naar Azië in de 9e en 10e eeuw, het Alevitisme naamsbekendheid kreeg onder de volkeren. Wat niet bij iedereen bekend is, is dat Alevieten in niet alleen Turkije leven maar ook in de Arabische landen zoals : Syrië, Iran, Irak en bijvoorbeeld de voormalige Sovjet-Unie . 7 tot 30 procent van de Turkse bevolking is Aleviet. Hoeveel dat in de Arabische landen zijn is niet bekend, de Alevieten daar leven meer op de wijze van de sjiieten in verband met de met angst voor uiting voor het geloof. Er is ook niet veel bekend over de Alevieten in het diepere Azië. .Het verschil is dat de Alevieten in Turkije meer zijn geconfronteerd met westerse invloeden. Terwijl de Alevieten in de overige landen beïnvloed zijn door Arabische invloeden. Op deze manier zou men kunnen beargumenteren dat de Alevieten in Turkije vrijer dan de alevieten in de Arabische landen zijn.

Het Alevitisme werd in Centraal-Turkije door geestelijken als Haci Bektaş en dichters als Pir Sultan Abdal verspreid. Zij vonden veel steun en kregen veel gezag bij de bevolking doordat zij plaatselijke gewoonten accepteerden met de geloofsuitingen. Daardoor kon het Alevitisme ontstaan dat in plaats van rechtzinnig en rechtlijnig, vrijzinnig en tolerant was.

Haci Bektaş leefde in de dertiende eeuw, tijdens de meest onrustigste periode in de Anatolische (Midden-Turkse) geschiedenis. Tot de dertiende eeuw had het Alevitisme een meer Islamitische identiteit; met de komst van Haci Bektas-i Veli veranderde dit echter. Het Alevitisme vermengde zich met de eerder in Anatolië (Centraal-Turkije) aanwezige culturen. Het heeft door Haci Bektas meer inhoud gekregen en wijsheid. Na dit, gingen meer mensen met hun ‘verstand’ denken in plaats van het heilige boek (de Koran). De Koran werd meer een soort boek met richtlijnen.

De Alevieten zijn niet zozeer gebonden aan allerlei regels en wetten. In Alevitisme staat de mens centraal. Het is dan ook een humanistische filosofie. De belangrijkste regels waar Alevieten zich aan moeten houden, zijn van humanistische en eerbare aard. Een van de belangrijkste grondprincipes van de Alevitische levenswijze is: ‘Elk mens accepteren zoals hij/zij is, zonder onderscheid te maken in sekse, kleur, afkomst, geloof enz.’ Dit principe wordt elke Aleviet van kinds af aangeleerd. Een ander zeer belangrijk principe van de Alevieten luidt: ‘Beheers je handen, tong en lendenen’. Dit betekent dat de mens zich van al het slechte moet onthouden, zoals: liegen, kwaadsprekerij, stelen en overspel. Om tot God te komen, om God te gedenken, is het noodzakelijk om ook de goddelijke essentie in de mens te erkennen. Daarom staat het geloof in de mens centraal in het Alevitisme. Dit geloof is alleen mogelijk wanneer het er in de samenleving menselijk aan toegaat, dat betekent: democratisch en humanistisch. Imam Ali en Haci Bektas Veli waren een belichaming van deze principes.
De Alevieten hebben een groot respect voor ieders geloof en belijdenis, wat ook zijn of haar overtuiging mogen zijn. Want, zoals Haci Bektas Veli heeft gezegd: ‘De mens zelf is degene die uiting en richting geeft aan het geloof. De mens is verantwoordelijk voor zichzelf.’

Haci Bektaş

De mens moet zelf tot erkenning van God en de natuur komen en daarom kan niemand bijv. vanwege atheïsme veroordeeld en gestraft worden. Iedereen is vrij zijn geloof te beleven zoals hij/zij verkiest. Niet God, maar de mens is de wetgever op aarde. Alleen met betrekking tot de religieuze vragen is de Aleviet ondergeschikt aan een geloofswaardige leraar, een Dede.
De mensheid is door God geschapen. Ieder mens is een schepping van god. Vrede en solidariteit, eenheid en broederschap onder de mensen staan bij de Alevieten dan ook hoog in de vaandel.

Het belang van kennis en ontwikkeling
De Alevieten beschouwen ontwikkeling en vooruitgang niet als iets slechts, maar juist als iets wat de mensheid ten goede kan komen. Dat wil zeggen, voor zover deze ontwikkelingen een bijdrage kunnen leveren aan vrede, rechtvaardigheid en een betere relatie tussen de mensen in de wereld. Haci Bektaş Veli heeft eeuwen geleden al gezegd: “De weg die niet langs kennis voert, eindigt in het donker, blij is diegene die licht op deze weg mag werpen”.

De Alevieten hechten dan ook veel waarde aan onderwijs. Haci Bektas Veli heeft in een aantal spreuken de nadruk gelegd op het belang vergaren van kennis voor iedereen, zowel voor mannen als vrouwen. Zo heeft hij bijv gezegd: “Een volk dat geen kansen geeft aan de ontwikkeling van vrouwen, is een volk dat niet bestaat”. Voor Alevieten is de ontwikkeling van vrouwen en mannen even belangrijk. Zij vormen immers samen de mensheid.

Vrouwen
Een opvallend kenmerk van het Alevitisme is de gelijke positie van vrouwen en mannen. Voor de Alevieten zijn man en vrouw gelijkwaardig. Beide hebben verantwoordelijkheden in het privé en het openbare leven en vrouwen nemen net als mannen deel aan bijvoorbeeld discussies over het geloof, politiek en de houding ten opzichte van anderen. Ook in de historische ontwikkeling van het Alevitisme hebben vrouwen een belangrijke rol gespeeld. Juist omdat vrouwen op voet van gelijkwaardigheid aan alle aspecten van het sociale leven deelnemen, is aan Alevieten vaak ‘onzedelijkheid gedrag’ toegeschreven: ‘als mannen en vrouwen bij elkaar in één ruimte aanwezig mogen zijn, dan moet dat wel tot uitspattingen leiden’, zo menen zij die aan man en vrouw een eigen plek toemeten. Dit soort vooroordelen en de lasterverhalen die erdoor zijn ontstaan, zijn echter niet op de werkelijkheid gebaseerd. Gelijkwaardigheid gaat bij de Alevieten samen met respect. Vrouwen dragen ook geen hoofddoek in het Alevitisme, ongeveer 10% doet het nog. Meestal zijn dat toch de oudere vouwen uit gewoonte.

In het volgende en laatste deel over de beschrijving van het Alevitisme wordt aandacht besteed aan een vergelijking met andere geloven en de basisregels van het Alevitisme.

Bronnen:

www.Alevieten.nl
Stichting Hak-der
Wikipedia
Heilige Koran in hoofdstuk 3:61
Schrijver Tabari (vol.2, p.217)
Schrijver Kamil ibn Atheer (vol.2, p.22)
Schrijver Abul Fida (vol.1, p.116
Martin van Bruinessen – Culturen Midden-Oosten
www.koerdistan.nl
www.azady.nl

admin
Lees meer van admin
Be Sociable, Share!

Korte URL: http://azady.nl/?p=270

Geplaatst door op 29 Jan 2007. Gearchiveerd onder Religie. Je kan reageren of trackbacken RSS 2.0. You can leave a response or trackback to this entry

You must be logged in to post a comment Log in

Advertentie

Inloggen | Designed by Gabfire themes