Reisverslag: I LOVE THIS BULLET (Beri Shalmashi)


Foto: Hawler in de nacht

Ahmad, zijn bruine ogen dragen tranen, zelfs wanneer hij lacht. Gisteren vertelde hij dat hij niet aan zijn scenario kon werken. Zijn woonwijk in Bagdad was ingesloten door terroristen en militairen. Hij hing de hele avond aan de telefoon met zijn familie.
Vanmorgen klonk zijn zachte gezang door de gang van het hotel. Zijn verdriet drong door tot in de woorden van een lied dat ik niet verstond, maar wel begreep.

In de les oogt hij onrustig, hij loopt heen-en-weer, kijkt me verlegen aan en gaat weer zitten. Na de les vraag ik hoe het met zijn familie gaat. “Good”. Hij lacht.

Tijdens de individuele gesprekken in de namiddag komt ook Ahmad aan de beurt. Bill, Sven en ik zijn vermoeid van de lange dag werken. En Shakhawans keel is uitgedroogd van het vertalen, van het Arabisch naar het Engels en weer terug. Ahmad komt tegenover ons zitten. Zijn scenario is inmiddels af. Hij moet aan zijn decoupage werken. We hebben het even over zijn plan wanneer hij weer gaat staan. Ahmad kijkt ons verlegen aan. Hij kijkt naar Shakhawan.

‘Sorry dat ik sta.’, zegt Ahmad. ‘Ik heb een kogel in mijn been.’ Hij haalt zijn schouders op, om te doen alsof het niets is, een kogel in je been. Hij vertelt dat de kogel er wel uit kan, maar dat ‘ie op een nogal moeilijke plek zit. Als ‘ie er zomaar uitgehaald wordt, kan de kogel weefsel beschadigen. Soms doet zitten zo’n pijn, dat hij even moet staan.

Kalmpjes wiegt hij heen en weer op zijn plaats. Bill, Sven en ik zijn compleet leeg. We slurpen alleen nog op wat we zien en horen. Bill heeft nog net genoeg bewustzijn over om zijn camera aan te zetten. ‘Hoe komt die kogel in je been?’

Ahmad vertelt over zijn eerste setervaring. Hij deed geluid. Bij gebrek aan apparatuur gebruikte hij een camera om het geluid op te nemen. Ze waren aan het filmen, terwijl de terroristen ze van een afstand in de gaten hielden. De scene stond erop, de regisseur riep ‘Cut!’ en de terroristen vielen aan.

Ahmad verloor zijn bewustzijn. Toen hij wakker wakker werd vertelden zijn kleren wat er gebeurd was: hij lag in zijn eigen bloed. Toen begon het martelen. De terroristen schuwden geen geweld om de crew aan het praten krijgen. Ze moesten weten voor wie de crew werkte.

Bill, Sven en ik luisteren nog altijd ademloos naar Ahmads verhaal. Ik weet niet zo goed hoe ik moet kijken. Ahmad heeft het moeilijk met het verhaal, hij vraagt Shakhawan om een sigaret en hij gaat door.

De opperterrorist vond het hilarisch, de filmcrew pesten. Hij deed ze een voorstel: een lovestory maken over de Amerikanen en hen. Na een oneindig uur geschop en geslaag werd de crew opnieuw verplaatst. Tegen een muurtje, met de rug naar de terroristen. Doodse stilte. Laatste gebeden van collega’s en een Ahmad die het allemaal maar over zich heen liet komen. De klik van het laden van geweren en toen een lange stilte. De terroristen zijn weggegaan.

Shakhawan doet zijn best om alles zo neutraal mogelijk te vertalen. En net wanneer ik denk dat het voorbij is, gaat Ahmad door.

Er kwamen Amerikaanse soldaten. Ze martelden de crew nog eens. Ze moesten toegeven dat ze voor de Al Qaida werken. Ahmad werd gevraagd een Amerikaan lichamelijk te pleasen. Als ik het goed begrepen heb, heeft hij dat niet gedaan. Maar de geestelijke en lichamelijke sloping moge duidelijk zijn. Een soldaat die op zijn rug ging staan, schreeuwerige verhoren.

Ahmad vertelt door en door. Het dringt nog nauwelijks tot me door. Tegenover me zit een jongen die de hel gezien heeft. Een jongen die in een hel woont. Een jongen die na deze workshop week terug gaat naar de hel, Bagdad. De kogel ziet hij echter niet als herinnering aan het helse avontuur, maar als souvenir van zijn eerste setervaring.

‘I love this bullet’. Ahmad verontschuldigt zich voor zijn lange verhaal en terwijl de rest vertelt dat het niet erg is, krijg ik er geen nuttig woord uit. Ik probeer zo relaxed mogelijk te reageren, op iets waar je helemaal niet relaxed op kan reageren. We gaan even door met zijn filmbespreking en laten hem vervolgens gaan. Wanneer hij weg is, happen we alle vier naar lucht. Wat een verhaal. En nog steeds doorgaan met film. Ik haat mezelf om de momenten dat ik met een prachtige film bezig ben en nog durf te zeiken over de omstandigheden. Ik neem me voor dat af te leren.

Een paar dagen later is het voor de filmmakers uit Bagdad tijd om terug te gaan. Bizar, terug naar de hel. Ze gaan daar hun korte films opnemen en komen, hopelijk, met mooie films terug voor het filmfestival in augustus.

De filmmakers zijn de stad in, waarschijnlijk wat drinken. Ik hang doelloos rond op het kantoor in het hotel. Dan komt Ahmad binnen, hij vraagt of ik mee ga wat eten. We gaan naar het restaurant, daar zit de rest. We gaan tussen de Arabieren zitten. Het idee dat deze toffe mensen vannacht weer terug naar de hel vliegen steekt. Ik hoop dat ze aankomen, dat ze thuiskomen, dat ze films kunnen draaien. Ik hoop dat de films mooi worden, ik hoop dat ze terugkomen, dat ik ze weer zal zien.

Ze lachen en ze eten. Ze praten en ze grappen. Ik versta er niets van. Ik friemel wat aan de armband die ik van Hussein gehad heb. Jamal wijst ernaar. ‘Aahh.. Hussein!’ Ik knik en lach naar Hussein. En ik wijs naar Bill en Sven, die ook zo’n armband om hebben. De Arabische filmmakers vuren vragen op me af. En langzamerhand noteren Jamal en ik woorden. Hij leert me Arabisch.

We lachen met zijn allen om mijn uitspraak en ze doen me de gekste dingen zeggen. Ahmad vind het fantastisch. Dan vraagt Dunja hoe oud ik ben. Ik schrijf het op. Ze vinden het erg jong. Ahmad, zo dronken als de paarden in Ghobadi’s eerste speelfilm, giert van het lachen. ‘You baby!’ Wanneer ik vraag hoe oud hij is, blijkt hij twee jaar jonger. De rest van de avond leer ik hoe ik kan zeggen dat hij nog kleiner is dan een mier, dat als ik klein ben, dat hij onzichtbaar is en dat hij een hele hele kleine baby is.

Het slaat nergens op, maar de stemming zit er goed in. Ik laat Sven zien dat zijn naam op een blikje Seven Up staat, in het Arabisch. Want ik vind dat ik Arabisch kan. We verkassen met zijn allen naar het kantoor, eten Dorito’s. Ik leer nog meer Arabisch en doe de rest van de avond alsof ik Arabisch kan. Als inleiding op het afscheid wisselen we allemaal nummers en e-mails uit.

We luisteren Husseins hippe Westerse muziek, kijken toe hoe Sinnan in zijn eentje staat te swingen. We kijken wat verschrikkelijke films van mij. Ahmad wil er eentje hebben. Ik schrijf erop dat hij een baby is en dat hij de film niet moet kijken. Bill smeert hem om te slapen, we blijven even hangen. We nemen afscheid, ik zeg ‘welterusten en een goede reis’, in vloeiend Arabisch. En ineens is de kamer leeg. Sven en ik zijn net zo leeg als de kamer. Het enige wat we denken is ‘Over een paar uur gaan ze terug naar Bagdad.’


Foto: Hawler overdag

Geschreven door Beri Shalmashi vanuit Hawler.

Wil je ook iets schrijven over je reis naar Koerdistan? Wil je je ervaringen vanuit Dersim, Hawler, Qamislo of Mahabad delen? Mail je foto’s en reisverhalen dan op naar info@azady.nl.

Beri Shalmashi
Lees meer van Beri Shalmashi
Be Sociable, Share!

Korte URL: http://azady.nl/?p=353

Geplaatst door op 5 Jul 2007. Gearchiveerd onder In Koerdistan. Je kan reageren of trackbacken RSS 2.0. You can leave a response or trackback to this entry

You must be logged in to post a comment Log in

Advertentie

Inloggen | Designed by Gabfire themes