Het ‘zelf-verbranden’ fenomeen in de context van het VN-Vrouwenverdrag (C. Yahya)

Het ‘zelf-verbranden’ fenomeen in de context van het VN-Vrouwenverdrag (Chalank Yahya)

Inleiding
Het Internationaal Verdrag inzake de Uitbanning van alle Vormen van Discriminatie van Vrouwen (1979) (het VN-Vrouwenverdrag of CEDAW), richt zich tegen elke vorm van discriminatie op grond van geslacht. Het Verdrag verplicht ook de lidstaten tot de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen. Geïnspireerd door de rechten en plichten van dit verdrag, tracht dit artikel het ‘zelf verbranden’ fenomeen van de Koerdische vrouwen te analyseren in Zuid-Koerdistan. De centrale vraag in dit artikel is dus; kan het ‘zelf verbranden’ fenomeen geïnterpreteerd worden als een vorm van discriminatie tegen de Koerdische vrouwen? Deze vraag komt wellicht ambitieus over, echter, eist de ernstige toename van deze gewelddadige praktijk aller aandacht. Voor deze reden probeert dit artikel eerst de meest belangrijke redenen van dit fenomeen te noemen, vervolgens ze toe te passen op de principes van het Vrouwenverdrag.

Waarom zelf verbranding bij de Koerdische vrouw?
Wellicht het beantwoorden van deze vraag vergt een diepere uitleg en eist meer ruimte dan het toegestaan is in dit artikel. Het ‘zelf verbranden’ wordt als de methode gezien, wanneer een Koerdische vrouw denkt aan zelfmoord of vluchten uit haar socio-culturele problemen. Uit een eenjarige eigen onderzoek en het verzamelen van veel Koerdische bronnen, is het gebleken dat er verschillende factoren zijn die leiden tot het toenemen van dit fenomeen in Zuid-Koerdistan. De meest belangrijke factoren tot het zelf verbranden, die vervolgens relevant zijn voor de juridische toepassing later in dit artikel, zijn de culturele, economische en psychische redenen.

De meest serieuze obstakels tegen het ontwikkelen van vrouwenrechten in Koerdistan en in de regio, zijn de culturele belemmeringen. Deze culturele belemmeringen zijn een resultaat van een patriarchale maatschappij, waarin bepaalde gedragscodes gecreëerd zijn voor de vrouwelijke populatie. In een dergelijk patriarchale maatschappij heeft het mannelijke geslacht de absolute macht. De vrouwelijke populatie moet zich bewegen volgens de regels en de gedragscodes die uit zo’n cultuur komen. Vooral onder de naam van traditie en schaamte zijn vrouwen ontnomen van veel rechten om zich op een vrije voet te kunnen ontwikkelen binnen de Koerdische maatschappij. In het algemeen, worden vrouwen gezien als een zwakke groep, die erg beschermd moeten worden tegen de anderen. Als een resultaat van een dergelijke vrouwen beperkte cultuurbegrip, ontstaan er talloze problemen voor de vrouwelijke populatie.

Uit verschillende onderzoeken in Turkije en Iran, is het gebleken dat er een sterk verband bestaat tussen de patriarchale onderdrukkingen en de zelfmoord pogingen bij de vrouwelijke populatie (Bagli & Sev’er, 2003; Ahmadi & Ytterstad, 2007). In deze landen is het gebleken dat vooral bij de Koerdische gemeenschap zo’n gewelddadige praktijk aanwezig is (Groohi, Mackay Rossignol, Barrero & Alaghehbandan, 2006). Uit eigen onderzoek in Zuid-Koerdistan, werd een dergelijk verband voor mij nog duidelijker wanneer ik met verschillende vrouwenorganisaties en vrouwenactivisten over het ‘zelf verbranden’ fenomeen had. Het is gebleken dat in de meeste gevallen (van het zelf verbranden) het gaat om een vrouwelijk slachtoffer dat ernstige familie problemen heeft gehad. Deze familie problemen zijn een resultaat van beperkte en strikte opvattingen over de rol van de vrouwen binnen de Koerdische families en de maatschappij. Wanneer deze beperkingen en gedragscodes onweerstaanbaar zijn voor deze slachtoffers, kiezen ze (de slachtoffers) om zich op een pijnlijke wijze te verbranden als een soort uitweg van hun problemen (Dizayee, 2008).

Naast de culturele obstakels, vormen de armoede en de economische afhankelijkheid grote bedreigingen voor de verbetering van de vrouwenpositie binnen de Koerdische maatschappij. Er zijn veel gevallen waarin vrouwen zichzelf verbrand hebben vanwege armoede en financiële moeilijkheden (Dizayee, 2008). Een vrouw als een moeder of dochter die niet haar wensen kan vervullen vanwege armoede, dat nog eens dagelijks blootgesteld wordt aan talloze ruzies met haar man, vader of schoonfamilie, ziet zelfmoord als een vlucht uit haar problemen.

Bovendien, speelt de economische afhankelijkheid een groot obstakel tegen het ontwikkelen van de vrouwenpositie binnen de gezinnen en de maatschappij. Door het gebrek van een economische status, verliezen veel vrouwen hun vrouwelijke karakter en verkeren zij in ernstige gevallen en in een gewelddadige situatie. Wereldwijd is het gebleken dat de economische afhankelijkheid het risico van geweld tegen de vrouwen vergroot (Westendorp & Wolleswinkel, 2005). Als resultaat hiervan, verliest een vrouw de controle over haar leven en kiest zij, om een einde te maken aan zo’n vernederende leven.

Een combinatie van culturele belemmeringen en economische redenen kunnen soms leiden tot grote psychische problemen voor deze vrouwen. De psychische problemen nemen vooral toe wanneer een vrouw elke dag ontnomen is van haar vrouwelijke karakter en vernederd wordt door haar man, vader of familie. In zo’n geval, neemt het risico toe dat deze vrouwen of meisjes op een gewelddadige manier gaan reageren (Qeredaxi, 2008). Uit een onderzoek in Zweden is gebleken, dat vrouwen met ernstige psychische problemen eerder aan zelfmoord denken dan het mannelijke geslacht (The Captured Queen, 2001). Dit kan een verklaring zijn voor de toenemende zelfverbrandingen bij de Koerdische vrouwen in Zuid-Koerdistan. Het is niet de bedoeling van dit artikel om te suggereren dat alle gevallen van de zelfverbrandingen in een moeilijke psychische toestand verkeren. Echter, er wordt vaak vermeldt dat de slachtoffers in een kritisch psychische toestand waren, tijdens het plegen van zo’n pijnlijke daad op zichzelf.

Gebaseerd op deze redenen, kunnen we concluderen dat het ‘zelf verbranden’ fenomeen een resultaat is van een reeks van talloze vrouwen onvriendelijke omstandigheden, waar de slachtoffers zich in bevinden. In een cultuur waarin de vrouwen niet gelijk zijn behandeld als mannen, kunnen ernstige gevolgen voortkomen. Het ‘zelf verbranden’ fenomeen is een van deze gevolgen. In het volgende onderdeel wordt een poging gedaan om dit fenomeen te benaderen volgens de vrouwenrechten principes.

Het ‘zelf verbranden’ fenomeen en het VN-Vrouwenverdrag
In de afgelopen jaren worden er verschillende analyses gegeven over de ernstige toename van het ‘zelf verbranden’ fenomeen onder de vrouwelijke populatie in Zuid-Koerdistan. Grotendeels van deze analyses maken een verband tussen dit fenomeen en de sociaal-culturele problemen. Dit is in grote mate het geval. Echter, er wordt geen diepere onderzoek gedaan naar de gevolgen van deze pijnlijke praktijk. Naar mijn mening zijn er verdere onderzoekingen nodig om op verschillende vakgebieden dit fenomeen te analyseren en oplossingen voor te vinden. Voor dit doel, tracht dit artikel het ‘zelf verbranden’ fenomeen te bestuderen volgens de vrouwen mensenrechten perspectief.

De uitdrukking ‘mensenrechten van de vrouw’ wordt gebruikt om te benadrukken dat vrouwenrechten mensenrechten zijn, en dus rechten waarop vrouwen zich kunnen beroepen, gewoon op grond van hun mens-zijn. Het eerste wettelijk bindende internationale document dat discriminatie van vrouwen verbood en regeringen verplichtte om stappen te ondernemen voor de gelijkberechtiging van de vrouw, is het VN-Vrouwenverdrag. Dit werd in 1979 goedgekeurd en ging in 1981 van kracht. Het doel van het verdrag is om alle vormen van vrouwendiscriminatie uit te bannen. Staten zijn verplicht periodieke rapporten in te dienen over de naleving van het Verdrag. Het toezichthoudende orgaan bij het Verdrag, het CEDAW-comité, geeft in algemene aanbevelingen aan hoe de rechten in het verdrag zouden moeten worden opgevat. Een dergelijke aanbeveling verduidelijkt bijvoorbeeld wat er moet worden verstaan onder geweld tegen vrouwen of positieve discriminatie. De algemene aanbevelingen zijn dus extra richtlijnen voor de staten bij de uitvoering van het verdrag.

In Artikel 1 van het VN-Vrouwenverdrag, wordt discriminatie van vrouwen omschreven als: ‘Elke vorm van onderscheid, uitsluiting of beperking op grond van geslacht, die tot gevolg of tot doel heeft de erkenning, het genot of de uitoefening door vrouwen van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel gebied, op het terrein van de burgerrechten of op welk ander gebied dan ook, ongeacht hun huwelijkse staat, op de grondslag van gelijkheid van mannen en vrouwen aan te tasten of teniet te doen’.

Dit begrip is vrij ruim beschreven. Echter, het maakt duidelijk dat een discriminatie op grond van geslacht niet toegestaan is. Als we terug gaan naar de hoofdvraag van dit artikel, is het juridisch niet mogelijk om het ‘zelf verbranden’ fenomeen te interpreteren volgens het Artikel 1 van het verdrag. Het zelf verbranden is in eerste instantie een vorm van zelfmoord, welk niet beschouwd kan worden als een vorm van discriminatie tegen de vrouwen. Echter, als we de gevolgen van dit fenomeen goed bestuderen, kunnen we vaststellen dat de omstandigheden waarin de slachtoffers van dit fenomeen zich in bevinden, het zogenaamde gender-discriminerende omstandigheden zijn. De slachtoffers van het ‘zelf verbranden’ praktijk leven in een zodanig beperkte omstandigheid, waardoor zij kiezen om op zo’n pijnlijke manier een einde te maken aan hun leven. Met andere woorden, de omstandigheden van dit fenomeen zijn een reeks van vrouwen discriminerende situaties. Met deze omstandigheden bedoelen we de boven geschetste sociaal-culturele, economische en psychische redenen, die erg sterk achter zo’n praktijk staan. Deze moeten vervolgens bestreden worden volgens het Artikel 1 van het verdrag.

Aan de andere kant, brengt in Artikel 5 van het verdrag nog duidelijker, vergeleken met de overige artikelen, tot uiting dat het verdrag meer eist dan het bevorderen van een formele gelijkheid. De lidstaten verplichten zich hier onder meer tot het nemen van alle passende maatregelen om: ‘Het sociale en culturele gedragspatroon van de man en de vrouw te veranderen ten einde te komen tot de uitbanning van vooroordelen, van gewoonten en van alle andere gebruiken, die zijn gebaseerd op de gedachte van de minderwaardigheid of meerderwaardigheid van één van beide geslachten of op de stereotiepe rollen van mannen en vrouwen’.

Dit artikel maakt duidelijk dat alle lidstaten verplicht zijn om alle vrouwenonvriendelijke culturele gedragspatronen aan te passen. Dit moet gebeuren op een zodanige manier om de gelijkheid tussen vrouwen en mannen te kunnen dienen. Met betrekking tot de vrouwenrechten in Zuid-Koerdistan, is Irak als een lidstaat van het Vrouwenverdrag (sinds 1987) verplicht om alle nodige maatregelen te nemen om vrouwenrechten te garanderen in Irak (onder andere ook in Zuid-Koerdistan). Dit is zeker niet het geval indien men een blik werpt naar de vrouwenpositie in geheel Irak. De vrouwenrechten toestand in Irak en in Zuid-Koerdistan is er erg aan toe. Juridisch gesproken is Irak verplicht om de gedragspatronen binnen de maatschappij zodanig te veranderen, dat er geen bepaalde vrouwenonvriendelijke praktijken getolereerd mogen worden.

Met betrekking tot het ‘zelf verbranden’ fenomeen, is gebleken dat het een resultaat van reeks vrouwenonvriendelijk culturele gedragspatronen is. Volgens Artikel 5 van het verdrag moet de Iraakse autoriteit alle maatregelen nemen om deze praktijk te verminderen en vrouwen beschermen tegen de gedragspatronen die de vrouwenpositie verhindert binnen de maatschappij. De Iraakse centrale autoriteit heeft tot nu toe geen aandacht aan deze ernstige praktijk geschonken. De pogingen van de Koerdische regionale autoriteit is ook matig wanneer we spreken over de bevordering en bescherming van vrouwenrechten in Zuid-Koerdistan. De houding van beide autoriteiten zijn tegen de rechten en plichten die het VN-Vrouwenverdrag bepaald heeft voor de lid-Staat Irak.

Bovendien, wat het in deze discussie noemenswaardig is, is het principe van due diligence. In het internationaal recht betreffende de mensenrechten, en vooral als het gaat om de verantwoordelijkheid van de staat, is dit principe erg relevant. Staten zijn verplicht om ervoor te zorgen dat de mensenrechtenprincipes nageleefd worden binnen hun juridische terrein. Wanneer er sprake is van een discriminerende praktijk, verplicht het due diligence principe de staten om alle preventieve maatregelen te nemen om deze praktijk te voortkomen en onderzoekingen ernaar te doen. Ook moeten de daders eventueel bestraft worden.

In dit geval spreken we over de staat van Irak, die onder het internationaal recht verplicht is tot het beschermen en verzekeren van de vrouwenrechtenprincipes in heel Irak. Met betrekking tot het ‘zelf verbranden’ fenomeen, is de Iraakse autoriteit (zowel de federale als de regionale autoriteiten) niet erin geslagen om deze ernstige praktijk te bestrijden of om op zo’n minst een poging te doen tot het verminderen van deze pijnlijke praktijk van de Koerdische vrouwen. Onder het due diligence principe komt de lidstaat Irak van het VN-Vrouwenverdrag nog eens tekort om de strekking en de inhoud van dit principe te vervullen. De staat Irak heeft geen preventieve maatregelen genomen tegen het toenemende ‘zelf verbranden’ fenomeen in Zuid-Koerdistan.

Conclusie
Dit artikel heeft een poging gedaan om het ‘zelf verbranden’ fenomeen te analyseren volgens de vrouwenrechtenperspectief. In een korte analyse heeft dit artikel gedemonstreerd dat vooral de sociaal-culturele en de economische belemmeringen belangrijke redenen vormen voor deze pijnlijke praktijk, welke maandelijks tientallen Koerdische vrouwen het slachtoffer van worden. De sociaal-culturele en de economische belemmeringen staan duidelijk als vormen van discriminatie van vrouwen in het VN-Vrouwenverdrag beschreven. Dit brengt ons naar de hoofdvraag van dit artikel, namelijk of het ‘zelf verbranden’ fenomeen een vorm van discriminatie van vrouwen is. Juridisch gezien zal wellicht moeilijk zijn om dit fenomeen als een vorm van discriminatie van vrouwen vast te kunnen stellen. Echter, naar mijn mening is er geen twijfel aan mogelijk dat de omstandigheden waar de slachtoffers van deze praktijk zich in bevinden, de zogenaamde gender-discriminerende omstandigheden zijn. Indien we de nadruk leggen op de sociaal-economische positie van de slachtoffers, kunnen we vaststellen dat de meeste slachtoffers van dit fenomeen zich in zeer slechte sociaal-economische omstandigheden verkeren.

De vrouwenrechtenorganisaties en de vrouwenactivisten in zowel Zuid-Koerdistan als in heel Irak moeten daarom verder gaan lobbyen en het VN-Vrouwenverdrag weer op de discussietafel leggen. Onder het internationaal recht en vooral de mensenrechten van vrouwen, is de Iraakse autoriteit verplicht om alle vormen van vrouwendiscriminatie uit te bannen en preventieve maatregelen te ondernemen. Met betrekking tot het ‘zelf verbranden’ fenomeen moet de federale autoriteit naast de regionale regering aangewezen worden, wanneer men spreekt over de preventieve maatregelen en het bestrijden van dit ernstige fenomeen. Het is de taak van de regering, de vrouwenorganisaties en de media om voldoende aandacht aan dit ernstige fenomeen te geven en het op verschillende vakgebieden te analyseren en oplossingen voor dit fenomeen te vinden.

Bronnen
Ahmadi, A. & Ytterstad, B. (2007). Prevention of self-Immolation by community-based intervention. Burns, 33, 1032-1040
Bagli, M & Sev’er, A. (2003). Female and Male Suicides in Batman, Turkey: Poverty, Social Change, Patriarchal Oppression and Gender Links; Women’s Health and Urban Life, An International and Interdisciplinary Journal, Issue 2(1), pp. 60-84
Dizayee, V. (2008). Self Burning; Perceptions and Approaches. Hawler: Publication of Kurdistan National Assembly-Iraq
Groohi, B., Mackay Rossignol, A., Barrero, S. P. & Alaghehbandan, R. (2006). Suicidal Behavior by Burns Among Adolescents in Kurdistan, Iran: Crisis, Vol. 27(1), 16-21
Qeredaxi, M. (2008). De vlammende boodschap van het vrouwelijke lichaam in Zuid-Koerdistan. Geraadpleegd op 08-08-2008. Gevonden op het World Wide Web: http://azady.nl/readarticle.php?article_id=544
The Captured Queen (2001). National Survey on violence against women, Uppsala University
Westendorp, I. & Wolleswinkel, R. (2005). Violence in the domestic sphere. Antwerpen: Intersentia

Lees meer van
Be Sociable, Share!

Korte URL: http://azady.nl/?p=568

Geplaatst door op 17 Aug 2008. Gearchiveerd onder Biografie. Je kan reageren of trackbacken RSS 2.0. You can leave a response or trackback to this entry

You must be logged in to post a comment Log in

Advertentie

Inloggen | Designed by Gabfire themes