In Koerdistan: van Leiden tot Erbil (Zjir Rashaan)

In de maand november begin ik mijn reis door het zuiden van Koerdistan (Irak). In een reeks reisverslagen probeer ik mijn beleving te beschrijven van hoe het is om na elf jaar het geboorteland niet gezien te hebben, terug te gaan. Mijn voornemen is om aan de hand van praktische reisinformatie en verhalen van mensen, de huidige situatie te schetsen van hoe het is in Zuid-Koerdistan. Dit, om de geïnteresseerden in Koerdistan meer informatie te verschaffen.

Van Leiden naar Erbil

Tegenwoordig vergt het reizen naar Zuid-Koerdistan niet meer voorbereiding dan de gemiddelde vakantiereis. Wel dient de reiziger de nodige vaccinatie te krijgen. Via de website van Travel Clinic is er een overzicht te vinden van de aanbevolen en verplichte vaccinaties.

De beste manier om naar Zuid-Koerdistan te gaan op dit moment is per vliegtuig. Voor de mensen uit de Benelux is vliegen vanaf Duitsland de beste manier om naar Zuid-Koerdistan te gaan. Via verschillende reisbureau’s kan een vliegticket snel geboekt worden. Voor slechts 650 tot 700 euro’s kun je een ticket vanaf Düsseldorf Airport bemachtigen tot aan Erbil (Hawler) Airport in Zuid-Koerdistan. De reisduur is circa 4,5 uur. Een retourtje Düsseldorf, vanaf Nederland, kost overigens niet meer dan vijftig euro’s. Met een Nederlands paspoort is het niet nodig om een visum aan te vragen, die krijg je namelijk automatisch op Erbil (Hawler) Airport. Men moet erop letten dat een vliegticket slechts drie maanden geldig is en indien je langer dan tien dagen in Koerdistan verblijft, dien je je aan te melden bij de immigratiedienst in de stad waar je verblijft. Bovendien mag je geen reis hebben gemaakt naar Israël met het paspoort die je op Erbil Airport zult laten zien.

Eenmaal aangekomen op Erbil Airport, na de paspoortcontrole en het ophalen van bagage, word je per bus naar iets buiten het vliegveld gebracht. Vanuit daar kun je een taxi nemen naar de stad of natuurlijk een bekende vragen om je op te halen. Over de veiligheid hoef je je als reiziger geen zorgen te maken, de politie is overal.

Een bijzonder verhaal: de taxichauffeur

Om in de stad (Hawler) aan te komen, neem ik een taxi. De chauffeur, Qadir, een man van een jaar of dertig vroeg of ik voor altijd naar Koerdistan terug wilde komen. Nee, alleen voor vakantie voor 21 dagen, vertelde ik enthousiast. “Je bent gek als je in dit land wilt wonen,” vertelde hij.

Dit was shockerend. Na zoveel jaren mijn geboorteland niet gezien te hebben, vraagt een dergelijk opmerking om uitleg. En een uitleg had hij. Qadir was in de tijd van de burgeroorlog in de jaren negentig tussen de drie grootste Koerdische partijen (KDP, PUK en PKK) strijder van één van de partijen. Hij had gevochten tegen “mensen die hij niet eens kende”. “Mensen die gewoon Koerden waren,” vertelde hij emotioneel. Ik was boos. Waarom zou je je medemens vermoorden en ook nog eens je eigen volk? Een antwoord had hij niet. Spijt daarentegen wel.

“Telkens als ik naar de Koerdische kanalen van de Koerden uit Turkije kijk, voel ik me schuldig. Ik voel me schuldig, omdat ik nog geen vijftien jaar terug als een wilde hond op hen schoot, in opdracht van mijn bazen. De bazen die mij op dit moment in de steek hebben gelaten,” vertelde hij terwijl hij oogcontact met mij probeerde te vermijden.

Ik was nog geen uur in Koerdistan aangekomen en meteen werd ik geconfronteerd met het leed dat wij op de Koerdische televisie niet te zien krijgen, maar welke wel degelijk leeft onder de mensen.

Qadir was in 1997 opgepakt door de tegenpartij. Hij had twee jaar in de cel gezeten; met de nodige martelingen van dien natuurlijk. Toen hij in 1999 vrij kwam, had hij zijn wapen verkocht en nimmer heeft hij meer een schot gelost. Qadir is tot op de dag van vandaag boos op zichzelf en op zijn voormalige bazen. Na zijn vrijlating mocht hij zelf uitzoeken hoe hij zijn brood verdiende. Een loon kreeg hij niet van de partij voor wie hij vocht. Hij werd in de steek gelaten.

Na zijn vrijlating, wellicht ook door schuldgevoelens, wilde hij meer weten van de politieke situatie in Noord-Koerdistan. Voor een taxichauffeur wist hij ook aardig veel van de Turkse politiek en hoe de situatie van de Koerden in Noord-Koerdistan is.

Ik vertelde hem dat ik erg geïnteresseerd was in Kurmanci-dialect die in het noorden van Koerdistan gesproken wordt. Qadir was meteen enthousiast. “Wat is ‘hoe gaat in het’ in Kurmaci?” Waarop ik zei: “Çawayî!” Qadir was op dat moment een gelukkig mens, want hij sprak een woord van het dialect van de mensen die hij nog vijftien jaar geleden liever dood dan levend had willen zien. En vandaag de dag wilde hij hun taal leren.

Na dit emotionele gesprek, kwam ik in mijn hotel aan. Morgen op naar Slemani, mijn geboortestad. Ik ben benieuwd wat de nieuwe dag en mijn wederkeer me zal brengen. In ieder geval zullen er de volgende keer aan foto’s niet ontbreken.

Zjir Rashaan
Lees meer van Zjir Rashaan
Be Sociable, Share!

Korte URL: http://azady.nl/?p=602

Geplaatst door op 11 Nov 2008. Gearchiveerd onder In Koerdistan. Je kan reageren of trackbacken RSS 2.0. You can leave a response or trackback to this entry

You must be logged in to post a comment Log in

Advertentie

Inloggen | Designed by Gabfire themes