De brute moord op Dr.Qasimlou: president Ahmadinejad komt in beeld (Banaz Taha)


Vandaag is een dag om stil te staan bij de legendarische Dr. Qasimlou en zijn diplomatiek, waarmee hij de Koerdische kwestie buiten Europa bracht. Wij werpen een terugblik op de assasinatie van een welgerespecteerde politicus die streed voor rechtvaardigheid.


13 juli 1989, Wenen: Wat uit had moeten lopen in diplomatische besprekingen over een oplossing voor de Koerdische kwestie in Iran, eindigt in een laffe en koelbloedige driedubbele moord. Dr. Abdul-Rahman Qasimlou en zijn twee compagnons worden in Wenen neergeschoten. De daders, bestaande uit een Iraanse delegatie, wassen hun handen en komen met een sluwe list weg.

13 juli 2010: De moord is niet opgelost. Een echte onderzoek is er nooit geweest en als klap op de vuurpijl komt er een nieuwe verdachte bij: de pas herkozen president van Iran Mahmoud Ahmadinjad.

Echtgenoot, vader en vrijheidsstrijder

Foto: Lawan.nu
Dr. Abdulrahman Qasimlou was geboren 22 december 1930. Vijftien jaar later werd de PDK-I opgericht en de jonge Qasimlou sloot zich op 14-jarige leeftijd aan bij deze partij. Hier zette hij zich nog jarenlang in voor de rechten van de Koerdische minderheid in Iran. Als lid van een welgestelde familie kon Qasimlou zich veroorloven in Parijs en Tsjecho-Slowakije te studeren. In Tsjecho-Slowakije heeft hij Helene Krulich ontmoet. Zij werd uiteindelijk zijn vrouw en de moeder van hun twee dochters, Mina en Hewa. Na zijn doctoraal te hebben behaald en als docent in Parijs te hebben gewerkt, keerde Dr.Qasimlou in 1952 terug naar Koerdistan om datgene te doen wat het lot hem had voorgeschreven: met gevaar voor eigen leven strijden voor de Koerdische zaak. Behalve een lichamelijk strijd heeft Dr.Qasimlou ook enkele stukken over Koerdistan gepubliceerd, waaronder een titel in de bundel ‘People Without a Country: Kurds and Kurdistan’ en ‘Man of peace and dialogue’.


Nieuwe slogan: ‘Democratie voor Iran, Autonomie voor Koerdistan’

Dr. Qasimlou beklom de politieke ladder in Oost-Koerdistan ( Iran) tot hij in 1973 benoemd werd tot Secretaris –Generaal van de PDK-I. Qasimlou stond bekend om zijn diplomatie en hij wist de Koerdische zaak ver buiten Koerdistan, tot in Europa op vele agenda’s te zetten. Qasimlou streed samen met de KDP-I voor mensenrechten, gelijkwaardige behandeling van alle minderheden in Iran, een seculiere regering en uitbanning van discriminatie jegens vrouwen. Qasimlou kreeg hulp en steun van vele bekende persoonlijkheden, humanitaire organisaties en mensenrechtenorganisaties.

Zes jaar later, in 1979, vond de Iraanse revolutie plaats en de KDP-I steunde de val van de Shah Mohammad Reza Shah Pahlavi. Binnen deze chaos hoopte de KDP-I de kans te grijpen en op die manier meer invloed uit te oefenen voor de erkenning van de Koerdische minderheid in Iran. De nieuwe slogan van de KDP-I werd: ‘Democratie voor Iran, Autonomie voor Koerdistan’. Het nieuwe Islamitische regime, onder het bewind van Ayatollah Khameini, bracht echter des te meer -militaire- onderdrukking en nu ook een ‘heilige oorlog’ jegens de Koerdische bevolking in Iran met zich mee. Duizenden Koerden werden in naam van deze heilige oorlog geexcecuteerd tot medio jaren ‘80.


Dr. Abdulrahman Qasimlou. Foto: Lawan.nu

De dag waarop de sluwe vossen hun jacht openden

Wenen
20 december 1988: De Iran-Irak oorlog is voorbij en de Iraanse regering stelt voor dat het tijd is de Koerdische kwestie te bespreken en op te lossen. De KDP-I gaat hiermee akkoord. Er vinden verscheidene besprekingen in Wenen plaats; op 28 en 30 december 1988 en 20 januari 1989. De daarna volgende bespreking zou op 13 juli 1989 plaatsvinden. Het zouden historische doorbraken kunnen hebben betekend voor de Koerden; tijdens deze geheime onderhandelingen zou namelijk de autonomie voor Koerdistan, waar de KDP-I zo lang voor gestreden had, worden besproken. Wat Qasimlou en zijn twee compagnons , Abdullah Ghaderi Azar en Fadhil Rassul, echter niet weten is dat zij in de val zijn gelokt door de Iraanse overheid: De Iraanse delegatie brengen de nietsvermoedende Koerdische delegatie koelbloedig om in de onderhandelingskamer. Deze Iraanse delegatie, die door de toenmalige Iraanse president Akbar Hashemi Rafsanjani was gestuurd, verdween als sneeuw voor de zon zonder enige toerekening voor de moorden op de Koerdische diplomaten. De Oostenrijkse regering heeft de verdachten, die ondertussen onderdak in de Iraanse Ambassade in Oostenrijk hadden gevonden, laten gaan zonder enig politieverhoor.

Klik hier voor de foto van de brute moord op Dr. Qasimlou en zijn compagnons.
Let op: schokkende beelden.

De verdachten

Er zijn al verscheidene verdachten voor de moorden op Dr.Qasimlou en zijn compagnons, maar de Iraanse regering blijft elke betrokkenheid ontkennen.

Een van de verdachten, Amir Mansur Bozorgian heeft vlak na de moord beweerd een bodyguard van een Iraanse delegatie te zijn en hij heeft zijn toevlucht gezocht in de Iraanse ambassade in Wenen.

Een andere Iraanse ‘afgezant’, Mohamed Jafar Sahraroudi, was tijdens het vuurgevecht gewond geraakt en werd daarom niet als verdachte gezien. De Oostenrijke politie heeft hem bescherming gegeven tot 22 juli 1988; de dag waarop hij terug keerde naar Teheran en waar hij ook nooit als verdachte is verhoord.

Ook de ambtsvervanger van Dr.Qasimlou , Sadegh Charafkandi, werd vermoord, in 1992 in Berlijn. De Duitse regering meent dat deze moord door hooggeplaatste Iraanse officieren beraamd is.

20 jaar later: Iraanse president blijkt mogelijk medeplichtig

De weduwe van Qasimlou, Helene Kurlich-Qasimlou, heeft vorig jaar tijdens de herdenking van de moord op haar man in Washington, gezegd dat de Oostenrijkse regering de verdachten heeft laten gaan en de zaak in de doofpot heeft gestopt om een publiekelijk schandaal te voorkomen met betrekking tot de wapenhandelovereenkomsten tussen Oostenrijk en Iran toentertijd.[1]
Weduwe Helene Kurlich-Qasimlou. Foto:PDK-I

Kritiek op de Oostenrijkse regering komt ook van Peter Pilz, een vertegenwoordiger van de Groene Partij en auteur van een boek over deze affaire, die zei dat de Oostenrijkse regering niet heeft ingegrepen “omwille van haar economische belangen”. In juni 2009 heeft Pilz een verklaring van een wapenhandelaar aan de media gepresenteerd waarin de wapenhandelaar aan de Oostenrijkse politie heeft verklaard dat hij vlak voor de moord op Qasimlou wapens aan de huidige Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad heeft verkocht. Hij verklaarde een halve dozijn lichte wapens te hebben geleverd tijdens een bijeenkomst in de Iraanse ambassade. Bij deze bijeenkomst waren volgens de wapenhandelaar drie Iraniërs, waaronder “ene Mohamed die later de president van de Iraanse Republiek werd”.[2]

Austrian Times berichtte dat Pilz ook beweerde “dat er twee Iraanse teams betrokken waren bij de moorden, een onderhandelingsteam en een executieteam” en dat “Ahmadinejad verantwoordelijk was voor het verkrijgen van de wapens en deel uitmaakte van het executieteam”.[3] Ahmadinejad zou ook al in 1979 betrokken zijn geweest bij de gijzeling van medewerkers van de Amerikaanse ambassade in Teheran. De gijzelaars hebben verklaard dat zij door Ahmadinejad verhoord zijn.[4]

Foto: Ahmadinejad in 1979 (links)

Pilz zei ook dat hij zich onder meer baseert op verklaringen van een Iraanse journalist die hij in mei in het Franse Versailles heeft ontmoet. De journalist vertelde dat hij gedetailleerde verklaringen heeft gekregen van een voormalig lid van het moordcommando, generaal Nasser Taghipoor van de paramilitaire organisatie Pasdaran, die na de islamitische revolutie van 1979 was opgericht. De voormalige president Rafsanjani zou opdracht tot de moord hebben gegeven. Taghipoor overleed drie jaar geleden. De journalist gelooft zijn verklaring omdat hij details wist te vertellen die alleen maar bekend waren bij degenen die op de plaats van de moord waren. De voormalige Oostenrijkse onderzoeker mag echter onder druk van het Ministerie van Binnenlandse Zaken van Oostenrijk geen interviews geven over de zaak of deze verklaringen.[5]

Tot slot

Vandaag, 13 juli 2010, zullen Koerden uit alle delen van Koerdistan de moord op Dr. Abdulrahman Qasimlou, Abdullah Ghaderi Azar en Fadhil Rassul herdenken. Maar vandaag is ook de dag dat met steun van Pilz en zijn inzet een mogelijke heropening van de zaak mogelijk wordt gemaakt. Dit zal echter niet voldoende zijn; er is ook internationale druk op de Oostenrijkse regering nodig om de zaak volledig te onderzoeken en openheid te geven over de gebeurtenissen rondom de moord op Qasimlou en waarom Oostenrijk de verdachten destijds zonder verhoor heeft laten gaan . Het kan namelijk niet langer zo zijn dat de door democratie en grondwetten gewaarborgde rechtvaardigheid plaats moet maken voor commerciële belangen. Het kan niet zo zijn dat verdachten van politieke moorden vrijuit gaan zonder enig verhoor, en nu zelfs president zijn. Het kan niet langer zo zijn dat politieke moordenaars een ‘vrijbrief’ krijgen van andere regeringen enkel en alleen omwille van de lucratieve wapenhandel.

Bronnen:
[1]KurdNet: Widow of slain Iranian Kurdish leader Dr. Abdul Rahman Qasimlo speaks on Capitol Hill
[2]Austrian lawmaker links Ahmadinejad to 1989 assassination
[3]KurdNet: Dr Ghassemlou: Twenty years of silence is enough
[4]Telegraaf:Ahmadinejad beschuldigd van moord in Wenen
[5]Telegraaf: Ahmadinejad beschuldigd van moord in Wenen

Banaz Taha
Lees meer van Banaz Taha
Be Sociable, Share!

Korte URL: http://azady.nl/?p=680

Geplaatst door op 13 Jul 2009. Gearchiveerd onder Geschiedenis. Je kan reageren of trackbacken RSS 2.0. You can leave a response or trackback to this entry

You must be logged in to post a comment Log in

Advertentie

Inloggen | Designed by Gabfire themes