Huichelarij achter Iraakse olie (Raz Jabary)

"Te veel olie in Koerdistan?" (Slemani 2010)

Zeeën van olie maar geen schip om het mee te bevaren. Terwijl we het jaar 2011 naderen, is er nog steeds een groot te kort in het aantal olieraffinaderijen in Irak om de ruwe olie in zijn bodem te kunnen verwerken.

Olie, van levensbelang

Het belang van olie kan mooi geïllustreerd worden aan de hand van het volgende voorbeeld. In 2003 vielen de Verenigde Staten Irak binnen. Het enige ministeriële gebouw dat zij direct bewaakten bij aankomst in Bagdad, was de Ministerie van Olie; alle overige ministeries bleven onbewaakt en als het ware vrij om geplunderd te worden.
De vraag wie geautoriseerd is buitenlandse olie maatschappijen toestemming te verlenen om in de Koerdistan Regio te werk te gaan, is de laatste aantal jaren een belangrijk punt van controverse geweest tussen de Centrale Regering in Bagdad en de Regionale Regering van Koerdistan (KRG). Een opzienbarende 98% van het nationaal inkomen wordt namelijk gegenereerd door de export van dit waardevolle goedje. Dit is een verbazingwekkende en moeilijk te bevatten feit, gezien de komst van een ontelbaar aantal buitenlandse bedrijven van buiten de oliesector en de snelle groei van de agrarische sector, dankzij de vestiging van vele kassen aan de buitenranden van verschillende gemeentes.

Maar toch, ondanks het grote belang van deze sector en de afhankelijkheid van het Iraakse volk eraan, lijkt een goede organisatie en kundig bestuur van de verschillende componenten nog ver te zoeken. Zo maakt Kerkuk, de stad die Irak in bijna de helft van zijn olie export voorziet, dagelijks bij de ingang van haar eigen tankstations kilometers lange files mee. Als een gevolg van dit probleem is er ook veel vraag naar gebrekkige zelfgemaakte benzine op de zwarte markt, dat bij veelvuldig gebruik de motoren van het voertuig kan beschadigen.
Bovendien wordt de ruwe olie nog steeds ingeruild voor de geraffineerde olie uit Turkije, omdat Irak nog steeds onvoldoende olieraffinaderijen telt om hier zelf voor te zorgen; een werkmethode die stamt uit de tijd van voor de invasie van 2003.

Vlammade Baba Gurgur olieveld in Kerkuk Uitvergroot: Man en vrouw die op het punt staan hun vasten te verbreken (Ramadan 2010)

Vragen blijven onbeantwoord

Gevoeligheid onder de autoriteiten speelt in de oliekwestie van Irak tot op zo een hoogte een rol, dat het tot argwaan van de toeschouwers leidt. Tijdens een Chatman House sessie waar de president van Zuid-Koerdistan, Massoud Barzani, te gast was, werd door een journalist van de New York Times een vraag gesteld. Zelf was ik een van de toeschouwers. De journalist vroeg aan Barzani hoeveel vaten olie er exact dagelijks door de KRG geleverd werden. De president weigerde echter antwoord te geven op deze vraag en verwees de journalist door naar Ashti Hawrami, de Minister van Natuurlijke Bronnen die ook bij deze sessie te gast was. Een antwoord op zijn vraag heeft de journalist tijdens deze sessie uiteindelijk nooit gekregen.

Hier komt bovenop dat een grote hoeveelheid aan informatie over de oliekwestie niet openbaar bekend is. Tijdens mijn ontmoeting met de voormalige directeur van een Iraakse olie gigant op 6 augustus 2010 in Slemani (Sulaimaniyah), beweerde deze man dat Irak, en dus niet Saoedi-Arabië, officieus de meeste oliereserves van de wereld in zijn bezit heeft. Of dit nou waar is of niet, het voegt alleen maar weer toe aan de complexiteit die achter de Iraakse olie industrie schuilgaat.

Raz Jabary is student aan de Imperial College Londen en vicevoorzitter van de Politieke Filosofie Sociëteit van deze universiteit, de Imperial College Londen Political Philosophy Society (ICU PPS).

Raz Jabary
Lees meer van Raz Jabary
Be Sociable, Share!

Korte URL: http://azady.nl/?p=778

Geplaatst door op 3 Oct 2010. Gearchiveerd onder Politiek. Je kan reageren of trackbacken RSS 2.0. You can leave a response or trackback to this entry

You must be logged in to post a comment Log in

Advertentie

Inloggen | Designed by Gabfire themes